Een nieuw weblog over kernenergie en kernproliferatie

De kennis over kernenergie reikt meestal niet verder dan het bestaan van kerncentrales, kernrampen (Tsjernobyl en Fukushima) en kernafval. Daardoor heeft men vaak geen besef van de andere potentiële gevaren en risico’s die aan kernenergie kleven. Eén van die kwesties is kernproliferatie. Dat wil zeggen verspreiding van civiele kerntechnologie en splijtstoffen die – behalve voor het opwekken van kernenergie – aangewend kunnen worden voor het maken van kernwapens. Om dat laatste te voorkomen moeten landen met een kernenergieprogramma zich schikken in een non-proliferatieregime. Dat regime steunt op het multilaterale non-proliferatieverdrag (NPV) en de bilaterale integrale waarborgovereenkomsten, waarin de controlerende taak van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) is vastgelegd.

Al ruim twintig jaar volg ik de ontwikkelingen op het gebied van kernenergie en kernproliferatie en daarbij valt mij vaak op dat de berichtgeving over deze materie in de mainstream media niet altijd zorgvuldig is. Dat is vooral zichtbaar in de wonderlijke en vaak sterk propagandistisch gekleurde berichtgeving over de civiele kerninstallaties van Iran. Neem bijvoorbeeld dit bericht van de NOS: Iran bezit meer uraniumcentrifuges, dat wereldwijd door het persbureau Reuters is verspreid. Het bericht van de NOS begint met: “Iran heeft 18.000 centrifuges waar uranium mee verrijkt kan worden.” Ik vraag mij af: vanwaar dat aantal van 18.000? Weet u hoeveel ultracentrifuges er staan in de uraniumverrijkingsfabriek van het bedrijf Urenco in Almelo? Waarschijnlijk niet, want het bedrijf maakt daar nooit melding van. Bij een leek wekt het aantal van 18.000 de indruk dat Iran over gigantische fabrieken beschikt voor het verrijken van uranium. Die suggestie wordt in het bericht verder versterkt door de zinnen: “Het was tot nu toe onduidelijk hoeveel uraniumcentrifuges Iran precies bezit en hoeveel er actief zijn. Het aantal van 18.000 machines ligt in ieder geval een stuk hoger dan de eerder genoemde aantallen.” Dan rijst bij mij de vraag: waarom wordt hier niet objectief vastgesteld dat een aantal van 18.000 ultracentrifuges doodnormaal is voor een land dat werkt aan de opbouw van zijn civiele kernenergieprogramma? Nee, die mededeling komt aan het slot van het NOS bericht voor rekening van de Iraanse regering, waardoor het suggestieve karakter van het bericht nog verder wordt versterkt. Vooral, omdat in de zin daarvoor wordt gemeld: “De VS en andere Westerse landen vrezen dat Iran de uraniumcentrifuges gebruikt om kernwapens te ontwikkelen.” Deze zin wordt steevast gemeld in de berichtgeving over het kernenergieprogramma van Iran, waarbij nooit wordt uitgelegd waarop die informatie is gebaseerd. Natuurlijk valt het nooit uit te sluiten dat Iran ooit splijtstof gaat produceren voor kernwapens, maar dat geldt voor ieder land dat een verrijkingsfabriek bezit. Er is op dit moment echter geen enkele aanleiding om aan te nemen dat Iran streeft naar de productie van hoog verrijkt uranium. Meer hierover in mijn onderstaande artikel: ‘De eis dat Iran moet stoppen met uraniumverrijking is onrechtmatig’.

In kringen van de kernindustrie spreekt men nooit over aantallen ultracentrifuges, maar over de productiecapaciteit van die ultracentrifuges, en die wordt uitgedrukt in Scheidingsarbeidseenheden (Separative Work Units, afgekort SWU). Volgens het Instituut voor Wetenschap en Internationale Veiligheid (ISIS) in Washington D.C. beschikt Iran eind 2012 over een productiecapaciteit van bijna 9 ton SWU/jaar. Die capaciteit is verdeeld over een proeffabriek bij Natanz en een demonstratiefabriek bij Qom, vergelijkbaar met wat Nederland in de jaren zeventig had aan verrijkingscapaciteit in Almelo. De huidige productiecapaciteit van Urenco in Almelo is ruim 4950 ton SWU/jaar, dus 550 maal hoger dan die van Iran. Net als Nederland heeft Iran als ondertekenaar van het NPV recht op het verrijken van uranium. Maar dat wordt zelden uitgelegd in de mainstream media. De Westerse media en internet staan bol met kolderieke of op zijn best suggestieve verhalen, die lichtjaren verwijderd zijn van de werkelijke situatie.  

Doordat het Westen Iran als vijandig beschouwd, gaat alle aandacht van de Westerse media uit naar Iran, terwijl er uit dat land feitelijk geen nieuws valt te melden. Iran komt al zijn verplichtingen krachtens het NPV na. Sterker, het is volgens het Washington Institute for Near East Policy het enige land in het Midden-Oosten die partij is bij alle non-proliferatie overeenkomsten. Over zaken die wel relevant zijn wordt in alle toonaarden gezwegen. Bijvoorbeeld over de zorgelijke ontwikkelingen rond kernproliferatie in Zuid-Azië, onder aansturing van de Verenigde Staten. Kernmacht India heeft het NPV en het verdrag tegen kernproeven (CTBT) nooit ondertekend en verkeert bovendien in staat van vijandschap met buurland en kernmacht Pakistan. Dat heeft niet kunnen verhinderen dat onder diplomatieke druk van de Verenigde Staten de Nuclear Suppliers Group (NSG) India in 2008 selectieve vrijstelling verleende voor nucleaire samenwerking en de aanschaf van civiele kerntechnologie. Dat baande in datzelfde jaar de weg voor een nucleaire overeenkomst tussen de Verenigde Staten en India

art.bush.singh.afp.gi

en lucratieve nucleaire deals van de VS, Frankrijk en Rusland met India voor de levering van kernreactoren en ander nucleair materieel (zie hierover in mijn onderstaande artikel: Partnerschap India-Japan maakt non-proliferatieverdrag tot een farce). De vrije toegang tot nucleair materieel geeft India de mogelijkheid zijn kernwapenarsenaal te moderniseren. Het cynische hiervan is dat de NSG juist in het leven werd geroepen na de eerste kernproeven van India in 1974 om proliferatie van splijtstoffen en andere benodigdheden voor kernwapens tegen te gaan. Maar sinds George Walker Bush wordt India een “verantwoordelijke” kernmacht genoemd. Als niet-ondertekenaar van het NPV kan India dus rekenen op civiele nucleaire technologie, die Iran – onder druk van de VS – stelselmatig wordt onthouden, terwijl Iran als ondertekenaar van het NPV daar, zoals gemeld, recht op heeft.

Het heeft er alle schijn van dat het vermeende kernwapenprogramma van Iran een voorwendsel is om Iran te kunnen aanvallen. Al geruime tijd circuleren er in Washington plannen om Iran aan te vallen, waarbij zelfs de nucleaire optie niet wordt uitgesloten. Seymour Hersh heeft daarover uitgebreid bericht in The New Yorker. Niet alleen ten tijde van het presidentschap van George W. Bush, maar ook onder het bewind van diens opvolger Barak Obama. Het lijkt erop dat de VS weer controle willen krijgen over de Iraanse olievelden, die ze na de islamitische revolutie van 1979 verloren. Het is niet ondenkbaar dat de huidige Amerikaanse plannen voor een aanval op Syrië passen in een scenario voor een toekomstige aanval op Iran. De vermeende gifgasaanval door de Syrische dictator Bashar al-Assad is een uitgelezen kans om Syrië en Hezbollah, de vrienden van Iran, een gevoelige slag toe te brengen.

De militaire tak van Hezbollah is de enige macht in de regio die voor Israel een bedreiging vormt. De Westerse media hebben al verscheidene malen bericht dat er bewijzen zijn dat Assad achter de mogelijke gifgasaanval zit. Er zijn heel wat opiniemakers en commentatoren die zeggen zeker te weten dat Assad de opdrachtgever is geweest, maar tot op heden heeft niemand ook maar een spoor van bewijs daarvoor kunnen leveren.

In de werkelijke wereld zet niet Iran het non-proliferatieregime onder druk, maar de Verenigde Staten. Dat wordt duidelijk zichtbaar in de manier hoe de VS samen met andere kernwapenstaten bezig is India wit te wassen tot een ‘erkende’ kernwapenstaat. In het kader van nucleaire handelsbelangen moet het huidige non-proliferatieregime wijken. Bovendien heeft het er alle schijn van dat de VS het NPV tegen Iran misbruikt. In dit geval vanwege geopolitieke en strategische belangen in het Midden-Oosten. Ik vrees dat er niet veel mensen zijn die beseffen wat de rampzalige gevolgen hiervan zijn, die zich momenteel – met betrekking tot India – al beginnen af te tekenen in Zuid-Azië. Voor mij een reden om een weblog te beginnen over kernenergie en kernproliferatie. Ik wil de lezers van dit weblog informeren over de feiten, omdat de mainstream media helaas nalaten dat te doen. 

Het gevaar van kernproliferatie is één van de redenen waarom ik een tegenstander ben van kernenergie. Ik heb veel kritiek op de huidige NPV, omdat dit verdrag eenvoudigweg niet toereikend is om kernproliferatie effectief te bestrijden, maar het is wel het enige multilaterale verdrag dat we hebben op het gebied van kernenergie en kernproliferatie. Als een select gezelschap van kernwapenstaten dit verdrag – dat ze, overigens, zelf niet naleven – naar hun hand zetten, dan is het resultaat daarvan dat de “The Clash of Civilizations” van wijlen Samuel P. Huntington steeds meer werkelijkheid begint te worden. De rake wijsheden die deze Amerikaanse politieke wetenschapper in dit werk debiteert over kernproliferatie lijken zeer van toepassing op de geopolitieke verschuivingen die zich momenteel in de wereld voltrekken.

De stichting Laka levert met zijn websites www.laka.org en www.kernenergieinnederland.nlgedegen informatie en over kernenergie in het algemeen en over de situatie in Nederland en volgt de actuele ontwikkelingen hierover op de voet. Mijn weblog over kernenergie en kernproliferatie is hierop een aanvulling. Laka werkt met een handjevol vrijwilligers die het documentatiecentrum draaiende houden. Als u ons werk wilt steunen kunt u op www.laka.orgonline een bijdrage storten.

Om enig begrip te krijgen van wat het gebruik van civiele kerntechnologie te maken heeft met kernproliferatie, geef ik hieronder een kort overzicht van de civiele kernketen. 

Kernenergie nader verklaard

‘Kernenergie’ is veel meer dan alleen een kerncentrale. Een kerncentrale maakt deel uit van een keten van fysische en chemische processen waarbij een breed scala aan kerntechnologieën aan te pas komt. De kernketen begint met de winning van uranium uit ertsen. Het gewonnen ‘natuurlijk uranium’ wordt bewerkt tot een concentraat (‘yellowcake’) dat vervolgens wordt omgezet in een gasvormige uraniumverbinding (‘hex’) die als grondstof dient voor een uraniumverrijkingsfabriek. In deze fabriek wordt het splijtbare uranium in het ‘natuurlijk uranium’ verrijkt van 0,7% tot 3 à 5% verrijkt uranium (laag verrijkt uranium). Het verrijkte uranium uit de uraniumverrijkingsfabriek wordt weer omgezet in vaste uraniumverbinding, waarna het in een splijtstoffabriek wordt verwerkt tot kernbrandstof voor een kerncentrale. Na gebruik in een kerncentrale wordt de hoogradioactieve gebruikte kernbrandstof (of splijtstofstaven) opgeslagen in een koelbassin bij de kerncentrale. Als de hoog radioactieve verbrande splijtstofstaven voldoende zijn afgekoeld worden ze opgeslagen in een interim-opslagplaats (nergens ter wereld is eindberging gerealiseerd) of gaat het naar een opwerkingsfabriek, waarbij het plutonium wordt gescheiden van het resterende deel van de gebruikte kernbrandstof. Het plutonium kan worden gebruikt voor het maken van een ander soort kernbrandstof (MOX-brandstof).

fuel-cycle_closed

Alle stappen in deze keten gaan gepaard met de productie van radioactief afval. Ook zijn er talrijke kerntransporten nodig om al die verschillende stappen in de kernketen met elkaar te verbinden. De risico’s die dat met zich meebrengt, hangt af van de aard van het materiaal. Dat geldt evenzo voor de fabrieken waar met uraniumverbindingen of andere kernstoffen wordt gewerkt. Kernongevallen trekken al snel de aandacht van de media, maar er is weinig aandacht voor wat er zoal wordt geloosd in het reguliere bedrijf van kerninstallaties. Dat begint al met het afval van de uraniummijnbouw. Zo belandde radioactief afval van uraniummijnen in Niger en Gabon van het Franse AREVA, die dit bedrijf vrijgaf aan het publieke domein, in de bouwmaterialen van woonwijken in die landen. Dit is het afval van de productie van het uranium waarmee de ‘schone’ kerncentrales in de ‘beschaafde’ landen worden gevoed.

Kernenergie is na de Tweede Wereldoorlog ontstaan als bijproduct van de fabricage van kernwapens. Eén van de splijtstoffen die voor kernwapens wordt gebruikt is hoog verrijkt uranium. Meestal betreft dat het splijtbare isotoop uranium-235 met een verrijkingsgraad van boven de 90 procent. Net als bij kernbrandstof vindt deze productie plaats in een verrijkingsfabriek. De militaire kernketen is – op de fabricage van kernwapens na – volkomen identiek met de civiele kernketen. Naast uraniumverrijking behoort opwerking van gebruikte kernbrandstof tot de meest proliferatiegevoelige onderdelen van de kernketen. In een uraniumverrijkingsfabriek, zoals die van Urenco in Almelo, kan ook hoog verrijkt uranium worden gemaakt dat geschikt is voor kernwapens. Evenzo kan het plutonium dat gescheiden wordt in een opwerkingsfabriek worden gebruikt voor kernwapens. Hierin ligt besloten dat in principe ieder land dat een verrijkingsfabriek of/en een opwerkingsfabriek bezit de schijn van verdenking op zich kan laden het bezit van kernwapens na te streven.

Henk van der Keur

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *