Laat Nederland het non-proliferatieverdrag helemaal los?

stichting Laka | 6 juni 2014

Bij monde van minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) en minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) heeft de regering een brief gestuurd naar de Kamer met “Informatie over samenwerking met landen die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend”. Dit naar aanleiding van berichten over een door Nederland “tijdens de recente bijeenkomst van de Nuclear Suppliers Group ingediend voorstel tot samenwerking met landen, zoals Israël, die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend.”

Eerste opmerking in die brief is dat alles uit de Nuclear Suppliers Group (NSG) geheim is: “De besprekingen in de NSG en de documenten die ten behoeve van de vergadering worden opgesteld, zijn vertrouwelijk.” Maar erkend wordt dat Nederland samen met VS, VK en Tsjechië op de recente bijeenkomst (maart 2014) van de NSG een voorstel heeft ingediend. “Het betreft een informeel document met opties om te stimuleren dat landen die niet bij de NSG zijn aangesloten vrijwillig de NSG richtlijnen volgen (het zogenaamde adherence).” En daarna komt een belangrijke zin: “Het document bevat geen Nederlands standpunt of standpunt van de andere drie opstellers over samenwerking met landen die het non-proliferatieverdrag (NPV) niet hebben ondertekend.”

Vervolgens gaat de brief van de ministers ook helemaal niet meer inhoudelijk in op de samenwerking met dat soort landen, waaronder Israel, India en Pakistan, maar alleen maar hoe in het algemeen met meer landen (nucleaire) handel bedreven kan worden.

Dat is toch niet anders te interpreteren dan dat het voor Nederland helemaal niet meer belangrijk is of een land het NPV wel of niet ondertekend heeft: het gaat erom of je zaken wilt doen met de NSG.

Op het NPV valt heel veel af te dingen. Er zitten veel achterdeurtjes in het verdrag die misbruik mogelijk maken. Het NPV is echter wel het belangrijkste internationale verdrag dat moet voorkomen dat civiele nucleaire technologie en splijtstoffen aangewend worden voor kernwapens. Slechts enkele landen zijn geen lid van het verdrag. Het NPV verbiedt uitdrukkelijk het drijven van nucleaire handel met landen die het NPV niet ondertekend hebben of niet naleven. Kerninstallaties en de splijtstofboekhouding van NPV-leden staan onder controle van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Ofschoon op die controles ook veel valt af te dingen, maken ze wel onderdeel uit van een redelijk transparant non-proliferatieregime. Safeguards-rapporten van het IAEA zijn grotendeels openbaar, net als de bijeenkomsten van het IAEA (en het NPV).

Het non-proliferatieverdrag (NPV) roept kernwapenstaten op om afstand te doen van hun kernwapens. Met zijn bekende redevoering in Praag, nog maar vijf jaar geleden, hield president Barack Obama een gloedvol betoog waarin hij verklaarde dat zijn regering “concrete stappen zal ondernemen naar een wereld zonder kernwapens.” Van die mooie belofte valt nu niets meer te bespeuren. Met de Verenigde Staten voorop zijn alle kernwapenstaten druk bezig met het moderniseren van hun kernwapenarsenalen. Obama wil het budget voor kernwapens in de komende jaren met record-bedragen gaan verhogen. Het overgrote deel daarvan moet worden besteed aan de modernisering van het Amerikaanse kernwapenarsenaal. Ondanks deze flagrante schending van het NPV, heeft de rest van de 190 landen (!) die het verdrag hebben ondertekend een (politieke) stok achter de deur: jullie hebben als ondertekenaar van het NPV beloofd nucleair te ontwapenen. Heel interessant is dat de Marshall Islands eind april bij het Internationale Hof van Justitie (ICJ) in Den Haag een rechtszaak is begonnen tegen de kernwapenlanden, o.a. op grond van het overtreden van het NPV omdat ze niet voldoen aan de eis tot nucleaire ontwapening (www.icj-cij.org/presscom/files/0/18300.pdf)

De Nuclear Suppliers Group, echter, is een groep landen (nu 48) die geheel vrijblijvend hun handelsbelangen bespreken. Het werd in 1974, na de eerste kernproef van India, opgericht. In eerste instantie om handel in “dual-use” goederen te beperken, maar na de Koude Oorlog is het steeds meer verworden tot een belangenbehartiger van de nucleaire industrie om juist handel mogelijk te maken met suspecte landen: opnieuw is India daar een goed voorbeeld van. Daar zijn geen lastige beloftes als nucleaire ontwapening gedaan.

Dus Nederland neemt afstand van het NPV ten faveure van de NSG? De NSG waarvan alles geheim is, die niet de beschikking heeft over controle-mogelijkheden of sancties; alles op basis van vrijwilligheid. Is dat de nieuwe realiteit van het Nederlandse non-proliferatiebeleid?

En is het trouwens zo dat Timmermans (Buitenlandse Zaken) over het NPV gaat en Ploumen (handel) over de NSG?

De brief van Timmermans en Ploumen (schamel 1,5 kantje) is hier te vinden.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *