Eindberging kernafval in klei of zout is fout

Vaten met radioactief afval blijken tikkende tijdbommen: eindberging kernafval in klei of zout is fout

Henk van der Keur – stichting Laka | 9 juni 2014

Het Rijk wil gevaarlijk afval dat is ontstaan bij het opwekken van kernenergie opslaan in zoutformaties in het Noorden van het land. Maar op de drie plekken in de wereld waar dit al is gebeurd zijn grote problemen ontstaan, die de belastingbetaler vele miljarden kost. Nederland moet kiezen voor minder onveilige opties.

Nederland vindt al heel lang dat voorlopige opslag van kernafval bij de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Zeeland – tot een termijn van honderd jaar – en daarna geologische eindberging de beste optie is voor het langetermijnbeheer van dit afval. Dat blijft zo. Al lijken er nu wat meer slagen om de arm. Minister Kamp laat op dit moment onderzoek doen naar “de effecten van de beheeropties voor de zeer lange termijn, waaronder bovengrondse opslag en geologische berging.” Omdat, zo zegt hij, “ik merk dat de stap van bovengrondse opslag naar geologische berging in de maatschappij vragen oproept, vind ik het belangrijk om nog eens inzichtelijk te maken wat de voor- en nadelen van de verschillende opties voor het beheer op de zeer lange termijn in Nederland zijn.” Vorig jaar is er een inspraakronde geweest. Eind 2014 heeft de minister het nationaal programma klaar, dan volgt er nog weer een inspraakronde, waarna het resultaat moet worden overhandigd aan de Europese Commissie.

De optie van internationale opslag wordt steeds prominenter genoemd. “Eindberging met andere landen kan aantrekkelijk zijn vanwege schaalvoordelen”, zo meldt de Commissie MER (milieueffectrapportage). Politici, maar zij niet alleen, denken bij internationale opslag altijd aan export van afval, maar dergelijke samenwerking heeft alleen zin als alle landen ook de bereidheid hebben om afval van anderen te importeren. De vraag rijst of die bereidheid in Nederland eigenlijk wel aanwezig is.

Potentiële plaatsen voor eindberging van kernafval in Nederland zijn zoutformaties of kleilagen. Acht zoutkoepels in het noorden kunnen in aanmerking komen hiervoor: Ternaard in Friesland, Zuidwending, Pieterburen, Onstwedde en Winschoten in de provincie Groningen, Schoonlo en Gasselte-Drouwen in Drenthe, gevolgd door de minder zekere zoutkoepels Hooghalen en Anloo in Drenthe. Een belangrijke reden voor de keuze van zoutkoepels was het besluit van Duitsland in de jaren zeventig om tienduizenden vaten kernafval op te slaan in de zoutmijn bij Asse. Achteraf gezien een heel ongelukkige keuze.

Wereldwijd zijn er drie zoutmijnen waar vaten met langlevend radioactief afval liggen opgeslagen. Op alle drie de locaties is de situatie alarmerend. Bij de Duitse zoutkoepels in Asse en Morsleben lekken vaten en het kost de belastingbetaler 6,1 miljard euro om daar wat aan te doen. De lekkende vaten waren het gevolg van water dat de mijn in stroomde. Het pekelwater veroorzaakte dat de vaten gingen roesten, waardoor de inhoud van de vaten kon ontsnappen. In de zoutkoepel Asse werd tot 1978 tienduizenden vaten met laag- en middelradioactief afval opgeslagen. In 2008 werd bekend dat al vanaf begin jaren negentig de radioactieve stof cesium-137 uit de vaten lekt. Begin jaren zeventig werd beweerd dat de opslag in Asse zeker 40.000 jaar veilig zou zijn. Nu blijkt er al na veertig jaar radioactiviteit te lekken. De problemen werden nog verergerd toen in 2009 bleek dat er geen 9,6 maar 28 kilo plutonium in Asse is opgeslagen. Medio 2011 verleende de Duitse overheid een vergunning voor het opgraven van de 126.300 vaten radioactief afval uit de zoutkoepel. De opgegraven vaten worden tijdelijk bovengronds opgeslagen in afwachting van een eindoplossing. In Morsleben is voor een andere oplossing gekozen, daar worden de gangen in de mijn opgevuld in de hoop dat de besmetting zich niet verder uitbreidt.

De exploitant van de derde opslagmijn, de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP) nabij Carlsbad in de Amerikaanse staat New Mexico, verkeert op dit moment in hoogste staat van paraatheid. Na het uiteenspatten van een vat met kernafval in februari, wordt rekening gehouden met nieuwe explosies van vaten. Uit onderzoek is gebleken dat het Los Alamos National Laboratory in het afgelopen jaar twee verpakkingsmaterialen had goedgekeurd die warmte produceren wanneer ze in contact komen met de nitraatzouten in het afval. Eind mei concludeerden de Amerikaanse autoriteiten dat minstens 368 vaten vatbaar zijn voor de chemische reactie die het vat deed openscheuren. Bij dat ongeval zijn 21 werknemers besmet met plutonium. Behalve in de ondergrondse opslag lekte er ook radioactief materiaal naar het bovengrondse milieu.

De ervaring leert dus dat ondergrondse opslag van kernafval een illusie is en dat permanente bovengrondse opslag de minst slechte optie is voor eindberging. De stichting Laka is het met Greenpeace eens dat praten over langetermijnbeheeropties geen zin heeft zolang er energie wordt opgewekt uit splijtstof. Dan blijft het dweilen met de kraan open. We moeten nu stoppen met kernenergie en meer gaan investeren in schone energie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *