De crisis in Oekraïne en de Tsjernobyl-factor

Stichting Laka | Henk van der Keur | 29 maart 2015

AbstractThe crisis in Ukraine and the Chernobyl factor | March 29, 2015 | Nearly 29 years after the nuclear disaster in Chernobyl, Ukraine is facing other potential transboundary nuclear threats. If the fragile ceasefire breaks down and the hostilities resume, the conflict could escalate into a nuclear war. There is, however, yet another nuclear threat: the possibility that Ukraine’s nuclear power stations get into the line of fire. Though there were military preemptive strikes on nuclear reactors in the past, these reactors were under construction or shut down and attacked to prevent the enemy to separate plutonium for military purposes. So far operating nuclear power stations have never been militarily attacked. If Ukraine falls prey to war by the continued expansion of NATO, however, it cannot be excluded that a nuclear power plant – by accident or by human error – will come under fire from Ukrainian or Russian forces. Ukraine has fifteen nuclear reactors spread over four nuclear power plants, which provide 40 percent of the domestic demand for electricity. One of them, near Zaporizhya, is the largest nuclear power plant of Europe, consisting of six nuclear reactors. According to leading expert dr. Bennett Ramberg a military attack on an operating nuclear reactor can cause tens of thousands of deaths. Besides providing electricity, a nuclear power reactor also needs electricity from an external power source in order to cool down the reactor core. Such vulnerabilities raise troubling questions on nuclear power plants in times of war. Military clashes can disturb the supply of emergency power or prevent efforts of emergency services to contain a (starting) nuclear disaster. Weapons support or military support to Ukraine is playing with nuclear fire.  [Peace Magazine (VredesMagazine), March 2015]

               –     –     –     –

Bijna 29 jaar na de kernramp in Tsjernobyl wordt Oekraïne geconfronteerd met andere potentiële nucleaire dreigingen. Michael Gorbatsjov, Henry Kissinger en Noam Chomsky waarschuwden onlangs dat het gewapende conflict in het oosten van Oekraïne kan escaleren tot een kernoorlog.

Dat was voor de huidige fragiele wapenstilstand tussen het Oekraïense leger en de opstandelingen. Maar de oorlogsvoorbereidingen gaan onverminderd door. Waarbij nog een grensoverschrijdende nucleaire dreiging op de loer ligt: de mogelijkheid dat de kerncentrales van Oekraïne onder vuur komen te liggen als de oorlog zich verder uitbreidt.

Nog nooit hebben er militaire aanvallen plaatsgevonden op werkende kernreactoren. Wel op reactoren in aanbouw of op stilgelegde reactoren. In 1981 vernietigde de Israëlische luchtmacht een Frans reactorproject in Irak dat de Tammuz-1 of Osirak had moeten worden. De Iraanse kerncentrale Bushehr werd in de Irak-Iran oorlog (1980-88) herhaalde malen beschadigd door het Iraakse leger. In de Golfoorlog van 1991 bombardeerde de Amerikaanse luchtmacht het nucleaire complex Al Tuwaitha nabij Bagdad, waar de Osirak-reactor had moeten komen. Daarbij werd een kleine testreactor en enige kernfabrieken verwoest. De reactor was echter al uit bedrijf genomen voor het begin van de oorlog, waarbij de gebruikte brandstof was verplaatst. De meest recente aanval dateert van 2007. Toen gooide Israël een Syrische kernreactor in aanbouw plat.

Al deze militaire aanvallen waren preventieve aanvallen om te voorkomen dat er plutonium kon worden bemachtigd voor kernwapens. Vooral over de Israëlische aanval op de Osirak-reactor in Irak is uitputtend geschreven door rechtsgeleerden. De studies komen eensluidend tot het oordeel dat dit soort aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht. Als lid van het non-proliferatieverdrag (NPV) had Irak het onvervreemdbare recht een civiel kernenergieprogramma te ontwikkelen. Dat Irak – net als elk ander land met een kernenergieprogramma – ook kernwapens had kunnen ontwikkelen doet niet ter zake. Dat is een omissie die door Westerse landen bewust in het NPV is vastgelegd om proliferatiegevoelige onderdelen van de kernketen tot hun beschikking te krijgen. Deze kwestie is overigens nog steeds actueel voor buurland Iran. Obama verkoopt kerncentrales aan India, een kernwapenstaat en niet lid van het NPV. Iran daarentegen voldoet aan alle internationale voorwaarden voor een civiel kernenergieprogramma. Toch eist Obama begin maart dat Iran zijn kernenergieprogramma voor tien jaar bevriest. Dat, nadat Iran al meer dan twintig jaar wordt bedreigd met preventieve aanvallen op zijn kerninstallaties. Kun je een land nog verder vernederen?

Hoe dan ook, al deze flagrante schendingen en uithollingen van het internationaal recht laten zich niet vergelijken met de huidige situatie in Oekraïne. Ze hebben geen betrekking op de risico’s van militaire aanvallen op kerninstallaties in Oekraïne. Rusland zal niet bewust een militaire aanval uitvoeren op een kerncentrale in een buurland. Naast Wit-Rusland en Oekraïne, heeft ook Rusland geleden onder de gevolgen van de kernramp in Tsjernobyl. De gevolgen van die catastrofe zijn nog steeds merkbaar. Maar als heel Oekraïne ten prooi valt aan oorlog door de voortgaande expansie van de NAVO kan niet worden uitgesloten dat een kerncentrale – per ongeluk of door een menselijke fout – onder vuur komt te liggen van Oekraïense of Russische strijdkrachten. Het land is een grote producent van atoomstroom. Het telt 15 kernreactoren, waaronder 13 verouderde, verdeeld over vier kerncentrales, die in 40 procent van de binnenlandse vraag naar elektriciteit voorzien.

Volgens een overzicht van de Amerikaanse toezichthouder Nuclear Regulatory Commission (NRC) op basis van geheime documenten is de kans dat er gevaar dreigt voor de volksgezondheid en veiligheid door een aanval op een kerncentrale heel klein. Ze gaan er vanuit dat de omhulling van het gebouw bestand moet zijn tegen een aanval. Critici zijn daar niet zo zeker van. De meest vooraanstaande expert op dit terrein is dr. Bennett Ramberg. Hij was beleidsanalist op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken onder president George Bush en is de auteur van het boek Nuclear Power Plants As Weapons For The Enemy: An Unrecognized Military Peril. Ramberg verklaart dat een militaire aanval op een kernreactor kan leiden tot een wijdverspreide uitstoot van straling dat tienduizenden doden kan veroorzaken.

De zorgen van Ramberg worden gedeeld door de Oekraïense arts en politicus dr. Joeri Sjtsjerbak, die van 1994 tot 1998 ambassadeur van Oekraïne was in Washington. In een toespraak op TV (29 december) waarschuwt hij voor de gevolgen van escalatie van de oorlog in het oosten. Hij zegt: “De Zaporizja kerncentrale is slechts 160 kilometer verwijderd van de huidige gevechten Kunt u zich voorstellen wat een ramp er kan gebeuren wanneer het wordt getroffen door een granaat?” Zaporizja is met zes kernreactoren de grootste kerncentrale van Europa.

Zaporizja Kerncentrale
Zaporizja kerncentrale | Zaporizhya nuclear power plant                                             wiki media

Kerncentrales zijn kwetsbare krachtcentrales. Behalve dat ze elektriciteit leveren hebben ze ook elektriciteit nodig van een externe krachtbron. Dat is nodig om de pompen, die het koelwater moeten leveren voor de reactorkern, te kunnen laten werken. Die functie is ook van belang als de reactor uit bedrijf wordt genomen, omdat anders een kernsmelting optreedt. Daarom beschikken kerncentrales ook over dieselgeneratoren die in geval van nood dagenlang in bedrijf kunnen blijven om de kernbrandstof te koelen. De kernsmeltingen in de kerncentrale van Fukushima in 2011 konden plaatsvinden doordat de toevoer van (nood)stroom werd afgesneden. Deze kwetsbaarheden doen verontrustende vragen rijzen in tijden van oorlog. Gevechten zouden de toevoer van externe elektriciteit, ook die van de dieselgeneratoren – in geval van nood – kunnen verstoren. Een kernramp in oorlogstijd is een nog veel groter probleem dan een kernramp in vredestijd. Hulpdiensten kunnen verhinderd worden om de gevolgen van de ramp in te dammen, waardoor de radioactieve uitstoot zo mogelijk nog veel hoger zal zijn dan bij de kernrampen van Tsjernobyl en Fukushima. Wapensteun of militaire steun van de NAVO aan Oekraïne is in twee opzichten spelen met nucleair vuur.

Dit artikel is verschenen in VredesMagazine (2de kwartaal 2015 – maart 2015)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *