Tag Archives: Henk van der Keur

Escalatie in Oekraïne kan leiden tot tankveldslag met verarmd uranium

Henk van der Keur | stichting Laka | 26 augustus 2014

Zolang er geen zicht is op een politieke oplossing voor de huidige crisis in Oekraïne gaan de oorlogsvoorbereidingen onverminderd door en de wapenindustrie spint daar garen bij. Nog afgelopen voorjaar meldden defensieanalisten dat de VS hun laatste Abrams tanks uit Europa (lees Duitsland) naar de VS hebben verscheept. Maar deze maand werd duidelijk dat de VS in Noorwegen juist werkt aan het opbouwen van nieuwe voorraden militair materieel, waaronder Abrams tanks (M1A1). Zie hier  en hier.

Europese tankfabrikanten doen goede zaken als gevolg van de crisis in Oekraïne. De verwachting is dat het de aanstaande fusie van het Duitse Krauss-Maffei Wegmann GmbH (Leopard tank) en het Franse Nexter Systems SA (Leclerc tank) zal versnellen. De Russische T-90 tank is volop in productie en een opvolger (T-99) is in ontwikkeling.

In het geval dat de situatie in Oekraïne verder escaleert zou het oosten van Oekraïne uiteindelijk het terrein kunnen worden van een tankveldslag, waarbij net als bij de laatste tankveldslag in het zuiden van Irak (1991) ook op grote schaal gebruik zal worden gemaakt van verarmd uranium. Alle kernwapenstaten beschikken over tankdivisies die standaard met uraniumhoudend bepantsering en uraniumhoudende munitie zijn uitgerust.

Als het zover zou komen zullen de besmettingen met verarmd uranium in de Donetsbekken-regio, één van de grootste industriegebieden van Europa, de leefbaarheid van de regio – die al is aangetast door zware industriële activiteiten – aanzienlijk verder verslechteren en een belangrijke hinderpaal vormen voor de heropbouw van de regio na de oorlogshandelingen.

 

 

Eindberging kernafval in klei of zout is fout

Vaten met radioactief afval blijken tikkende tijdbommen: eindberging kernafval in klei of zout is fout

Henk van der Keur – stichting Laka | 9 juni 2014

Het Rijk wil gevaarlijk afval dat is ontstaan bij het opwekken van kernenergie opslaan in zoutformaties in het Noorden van het land. Maar op de drie plekken in de wereld waar dit al is gebeurd zijn grote problemen ontstaan, die de belastingbetaler vele miljarden kost. Nederland moet kiezen voor minder onveilige opties.

Nederland vindt al heel lang dat voorlopige opslag van kernafval bij de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Zeeland – tot een termijn van honderd jaar – en daarna geologische eindberging de beste optie is voor het langetermijnbeheer van dit afval. Dat blijft zo. Al lijken er nu wat meer slagen om de arm. Minister Kamp laat op dit moment onderzoek doen naar “de effecten van de beheeropties voor de zeer lange termijn, waaronder bovengrondse opslag en geologische berging.” Omdat, zo zegt hij, “ik merk dat de stap van bovengrondse opslag naar geologische berging in de maatschappij vragen oproept, vind ik het belangrijk om nog eens inzichtelijk te maken wat de voor- en nadelen van de verschillende opties voor het beheer op de zeer lange termijn in Nederland zijn.” Vorig jaar is er een inspraakronde geweest. Eind 2014 heeft de minister het nationaal programma klaar, dan volgt er nog weer een inspraakronde, waarna het resultaat moet worden overhandigd aan de Europese Commissie.

De optie van internationale opslag wordt steeds prominenter genoemd. “Eindberging met andere landen kan aantrekkelijk zijn vanwege schaalvoordelen”, zo meldt de Commissie MER (milieueffectrapportage). Politici, maar zij niet alleen, denken bij internationale opslag altijd aan export van afval, maar dergelijke samenwerking heeft alleen zin als alle landen ook de bereidheid hebben om afval van anderen te importeren. De vraag rijst of die bereidheid in Nederland eigenlijk wel aanwezig is.

Potentiële plaatsen voor eindberging van kernafval in Nederland zijn zoutformaties of kleilagen. Acht zoutkoepels in het noorden kunnen in aanmerking komen hiervoor: Ternaard in Friesland, Zuidwending, Pieterburen, Onstwedde en Winschoten in de provincie Groningen, Schoonlo en Gasselte-Drouwen in Drenthe, gevolgd door de minder zekere zoutkoepels Hooghalen en Anloo in Drenthe. Een belangrijke reden voor de keuze van zoutkoepels was het besluit van Duitsland in de jaren zeventig om tienduizenden vaten kernafval op te slaan in de zoutmijn bij Asse. Achteraf gezien een heel ongelukkige keuze.

Wereldwijd zijn er drie zoutmijnen waar vaten met langlevend radioactief afval liggen opgeslagen. Op alle drie de locaties is de situatie alarmerend. Bij de Duitse zoutkoepels in Asse en Morsleben lekken vaten en het kost de belastingbetaler 6,1 miljard euro om daar wat aan te doen. De lekkende vaten waren het gevolg van water dat de mijn in stroomde. Het pekelwater veroorzaakte dat de vaten gingen roesten, waardoor de inhoud van de vaten kon ontsnappen. In de zoutkoepel Asse werd tot 1978 tienduizenden vaten met laag- en middelradioactief afval opgeslagen. In 2008 werd bekend dat al vanaf begin jaren negentig de radioactieve stof cesium-137 uit de vaten lekt. Begin jaren zeventig werd beweerd dat de opslag in Asse zeker 40.000 jaar veilig zou zijn. Nu blijkt er al na veertig jaar radioactiviteit te lekken. De problemen werden nog verergerd toen in 2009 bleek dat er geen 9,6 maar 28 kilo plutonium in Asse is opgeslagen. Medio 2011 verleende de Duitse overheid een vergunning voor het opgraven van de 126.300 vaten radioactief afval uit de zoutkoepel. De opgegraven vaten worden tijdelijk bovengronds opgeslagen in afwachting van een eindoplossing. In Morsleben is voor een andere oplossing gekozen, daar worden de gangen in de mijn opgevuld in de hoop dat de besmetting zich niet verder uitbreidt.

De exploitant van de derde opslagmijn, de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP) nabij Carlsbad in de Amerikaanse staat New Mexico, verkeert op dit moment in hoogste staat van paraatheid. Na het uiteenspatten van een vat met kernafval in februari, wordt rekening gehouden met nieuwe explosies van vaten. Uit onderzoek is gebleken dat het Los Alamos National Laboratory in het afgelopen jaar twee verpakkingsmaterialen had goedgekeurd die warmte produceren wanneer ze in contact komen met de nitraatzouten in het afval. Eind mei concludeerden de Amerikaanse autoriteiten dat minstens 368 vaten vatbaar zijn voor de chemische reactie die het vat deed openscheuren. Bij dat ongeval zijn 21 werknemers besmet met plutonium. Behalve in de ondergrondse opslag lekte er ook radioactief materiaal naar het bovengrondse milieu.

De ervaring leert dus dat ondergrondse opslag van kernafval een illusie is en dat permanente bovengrondse opslag de minst slechte optie is voor eindberging. De stichting Laka is het met Greenpeace eens dat praten over langetermijnbeheeropties geen zin heeft zolang er energie wordt opgewekt uit splijtstof. Dan blijft het dweilen met de kraan open. We moeten nu stoppen met kernenergie en meer gaan investeren in schone energie.

1600 kg Amerikaanse hoog verrijkt uranium zoek?

Henk van der Keur | 19 mei 2014

Het internationale forum voor splijtstofmaterialen (IPFM) meldt 14 mei op haar blog
dat de Amerikaanse atoomwaakhond NRC een rapport aan het Amerikaanse Congres
heeft vrijgegeven over de export van hoog verrijkt uranium (HEU) voor civiel gebruik, dat wil zeggen: als kernbrandstof of als grondstof voor isotopenproductie in onderzoeksreactoren. Uit het rapport blijkt dat de VS sinds 1957 een totaal van ongeveer 22.600 kg HEU heeft geëxporteerd voor die doeleinden naar 35 landen. Ongeveer 6.100 kg van het door de VS geleverde HEU bevindt zich momenteel nog in 20 landen, waarvan 95 procent van dat materiaal in vijf van die landen. Veel van de 20 landen hebben hun kernbrandstof en/of grondstof voor isotopenproductie omgezet van HEU naar laag verrijkt uranium (LEU), zijn daar momenteel mee bezig of hebben aangegeven om dit in de toekomst te gaan doen.

Circa 7.700 kg HEU is teruggekeerd naar de VS, voornamelijk als bestraalde splijtstof. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat meer dan 4.300 kg van het Amerikaanse HEU is geëlimineerd door omzetting naar LEU (kernbrandstof); ongeveer 500 kg HEU is uitgeschakeld door het te verwerken in afval; en ten minste 2.400 kg HEU is vernietigd (verbrand) door bestraling in onderzoeksreactoren. Bij de uitgave van het rapport (9 januari 2014) bleek dat ongeveer 1600 kg HEU niet kon worden verklaard uit de splijtstofboekhouding. Met andere woorden 1600 kg HEU, voldoende voor de productie van tenminste 64 kernwapens, is zoek!

De Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten gebruikt inmiddels LEU als kernbrandstof. Alle gebruikte HEU-brandstof is teruggekeerd naar de VS. Maar de HFR gebruikt nog steeds HEU als grondstof voor isotopenproductie. De onderzoeksreactoren in Canada (NRU), Nederland (HFR) en België (BR2) gebruiken voor dit doel gezamenlijk minimaal 45 kg per jaar. Petten vermoedelijk ongeveer 15 kg per jaar. De gebruikte HEU wordt niet elk jaar teruggezonden. Het is waarschijnlijk dat ‘Petten’ een aardig voorraadje HEU heeft. Als je het ministerie belt om helderheid over de precieze hoeveelheid, willen ze dat niet zeggen, vanwege proliferatiegevaar.

De immer voortdurende atoomdreiging uit Iran ..

.. Is een door het Westen geconstrueerde crisis die niets heeft te maken met de werkelijkheid.

Henk van der Keur | 11 mei 2014

Ondanks de al maanden durende besprekingen in Genève over het kernenergieprogramma van Iran, zijn de Westerse mainstream media nauwelijks tot meer inzichten gekomen over de werkelijke status van het Iraanse kernenergieprogramma. Zo lees ik vandaag in het NRC Handelsblad: “Iran heeft met zes wereldmachten afspraken gemaakt over het afbouwen van de voorraad uranium dat kan worden aangewend voor een kernwapen.” Er wordt hier gesuggereerd dat Iran over een voorraad weapons grade uranium beschikt, maar enig onderzoek leert dat dit volstrekt niet het geval is. Al decennialang weten alle betrokken Westerse overheden dat Iran heel ver verwijderd is van een kernbom en toch houdt de stroom aan verdachtmakingen tegen dat land maar aan. Het is een ideale bliksemafleider voor de praktijken van de erkende kernwapenstaten die niet in overeenstemming zijn met het vigerende non-proliferatieregime. Iets waarover de Westerse mainstream media ons uitdrukkelijk niet ïnformeert.

Iran beschikt niet over hoog verrijkt uranium dat noodzakelijk is voor een efficiënte kernbom. Net als andere leden van het non-proliferatieverdrag (NPV) beschikt het wel over een hoeveelheid 19,75% uranium – de bovengrens van laag verrijkt uranium – dat algemeen als kernbrandstof dient voor onderzoeksreactoren. Voor bijvoorbeeld de productie van medische isotopen. Iran beschikt over een voorraad van ten hoogste 240 kg 19,75% verrijkt uranium, dat is een hoeveelheid die 48 kg uranium-235 bevat. In theorie is die hoeveelheid voldoende voor bijna twee kernwapens. Maar de angst van het Westen – met het grootste nucleaire vernietigingspotentieel van de wereld – dat Iran dat zou aanwenden voor kernwapens is verre van reëel. Meer dan de andere landen die de verdragen tegen kernproliferatie hebben ondertekend, staat Iran onder streng toezicht van het IAEA. Ook weer iets wat vrijwel nooit wordt vermeld in de berichtgeving over het kernenergieprogramma van Iran. Erger, niet zelden wordt het kernenergieprogramma van Iran aangeduid als ‘kernwapenprogramma’, ofschoon Israél het enige land in het Midden-Oosten is dat kernwapens bezit.

Er is geen enkel bewijs dat Iran een nucleair gevaar vormt. Het is een door het Westen verzonnen dreiging die heel ver verwijderd is van de werkelijkheid. Lees bijvoorbeeld het recente interview met de onderzoeksjournalist Gareth Porter in Harper’s Magazine. Hij is de auteur van Manufactured Crisis: The Untold Story of the Iran Nuclear Scare.

Gareth Porter. Photograph by Mike Chiaverina

Gareth Porter

Nucleaire top in Den Haag

Nucleaire top lost helemaal niets op

Henk van der Keur | stichting Laka | 25 februari 2014

Als we de mainstream media moeten geloven is de nucleaire topconferentie die op 24 en 25 maart in Den Haag wordt gehouden een belangrijke stap op weg naar het verstevigen van de internationale veiligheid. Op papier is die veronderstelling juist, maar het stemt niet overeen met de werkelijkheid. Ons wordt voorgehouden dat er gewerkt wordt aan striktere regelgeving om verspreiding van civiel nucleair materiaal, dat ook kan worden gebruikt voor het maken van kernwapens, tegen te gaan. Zo moet worden voorkomen dat landen als Iran of terroristische organisaties, zoals Al-Qaida, kernwapens kunnen maken. In werkelijkheid vormt Iran geen bedreiging en wordt door het zelfzuchtige beleid van de grootmachten de mogelijkheid van een terroristische kernaanval eerder vergroot dan verkleind.

Al decennialang worden we door de media bestookt met de meest bizarre beweringen over nucleaire dreigingen in de wereld. Iran – dat al decennialang bijna over een kernwapen beschikt – is daar een exemplarisch voorbeeld van. De afgelopen jaren wordt vooral de uraniumverrijkingscapaciteit van dat land in de media sterk uitvergroot.  Hele volksstammen denken daardoor zeker te weten dat dit land een groot nucleair gevaar is door het enorme potentieel aan uraniumverrijking dat dit land zou hebben opgebouwd. Ze beseffen niet dat het in werkelijkheid gaat om slechts twee piepkleine verrijkingsfabrieken en dat Iran zeker één jaar nodig heeft om net zoveel laag verrijkt uranium te produceren wat het Europese consortium Urenco in vijf uur kan produceren (stanford.edu). Iran komt sinds 2003 al zijn verplichtingen krachtens de vigerende non-proliferatieverdragen na. Feitelijk is er geen enkele reden waarom Iran medewerking zou moeten verlenen aan de onderhandelingen met de vijf grootmachten (VS, VK, Frankrijk, China en Rusland) plus Duitsland. Het is een absurd toneelstuk, die de aandacht moet afleiden van de werkelijke bedoelingen van deze landen. In werkelijkheid zijn zij het die de non-proliferatieverdragen ondermijnen.

Het was Bill Clinton die dit tijdperk van deze ondermijning van de verdragen inluidde door de kernproeven van India de facto te erkennen en de deur voor nucleaire handel met dat land op een kier zette. In 2008 legaliseerde president Bush India tot een erkende kernwapenstaat door een verdrag met dat land te tekenen voor nucleaire handel waarbij ook de levering van technologie voor uraniumverrijking en opwerking van gebruikte splijtstof werd toegezegd. Ook Frankrijk en Rusland hebben India deze technologie, waarmee ook kernwapens kunnen worden gemaakt, toegezegd.

Formeel hebben de Verenigde Staten non-proliferatie hoog in het vaandel staan, maar als het gaat om handelsbelangen of geopolitieke belangen wordt de regelgeving wat minder strikt (‘flexibele’ nucleaire handel). Het nodigt China uit om nucleaire handel te drijven met Pakistan, de aartsvijand van India. Waanzin ten top! En de waanzin reikt nog verder: dankzij de Westerse kernwapenstaten en Rusland wordt India straks lid van de Nuclear Suppliers Group. Zo transformeert deze organisatie die kernwapenproliferatie moet bestrijden in een organisatie die de verspreiding van nucleair materiaal juist aanmoedigt. Wereldwijd overeengekomen nucleaire verdragen worden te grabbel gegooid voor de korte termijn winsten en belangen van een klein groepje machthebbers. Daar wordt de wereld niet veiliger van.

Dit artikel verscheen op zaterdag 1 maart in Het Parool

Wat zijn de gevolgen van ‘Fukushima’ voor de westkust van de Verenigde Staten?

Henk van der Keur |stichting Laka | 7 januari 2014

Het Amerikaanse departement voor Gezondheidszaken (U.S. Department of Health & Human Services) heeft 14 miljoen doses kaliumjodide besteld. Dit jodium wordt gebruikt bij kernrampen waarbij radioactief jodium vrijkomt. Omwonenden kunnen het radioactieve jodium opnemen in hun schildklier en daardoor schildklierziektes ontwikkelen, waaronder schildklierkanker. Inname van kaliumjodide (KI) blokkeert de opname van radioactief jodium door de schildklier. Mogelijk houdt de omvangrijke aanschaf van de jodiumdoses verband met de voortdurende ramp in Fukushima. Er wordt nog altijd rekening gehouden met een totale kernsmelting. Sommige deskundigen menen dat in dat geval het radioactieve jodium de westkust van Noord-Amerika zou kunnen bereiken. Jodium-131 heeft een halfwaardetijd van circa 8 dagen. Het blijft dus enkele weken actief.

Besmettingen die met de oceaanstromingen worden meegevoerd zullen de Noord-Amerikaanse westkust over een paar maanden bereiken. Naast het hoog radioactief besmette water dat vlak na de kernramp in Fukushima is weggelekt aan de Japanse oostkust – en in een reeks periodes daarna, loost de eigenaar van de kerncentrale TEPCO sinds december 2013 dagelijks verscheidene honderden tonnen hoog radioactief besmet water in de oceaan. Er was niet langer voldoende ruimte voor opslag van de enorme hoeveelheden water die nodig zijn om de drie gedeeltelijke kernsmeltingen te koelen.  

ix0yB7KPjL8o

Dr. Arjun Makhijani, een kerningenieur die bij Laka hoog staat aangeschreven, heeft begin november uitspraken gedaan over wat de voortdurende kernramp in Fukushima voor betekenis kan hebben voor de westkust van de Verenigde Staten. Hij bevestigt dat hoog radioactief besmet water sinds de kernramp (11 maart 2011) door de oceaanstromen naar de westkust van de VS wordt vervoerd. Makhijani zegt dat het eerste deel van een onderzoek – gepubliceerd in de Journal Deep Sea Research – meldt dat het besmette water vanaf maart 2014 aan de westkust zal arriveren. Volgens Makhijani is er geen reden voor paniek. De straling wordt verdund, en de niveaus aan de westkust zullen zeer laag zijn en niet worden beschouwd als gevaarlijk. Het onderzoek werd in oktober 2013 gepubliceerd. Makhijani stelt zichzelf wel de vraag of we wel zeker weten dat de stralingsniveaus verwaarloosbaar zullen blijven. De pluim met vooral cesium-137 zal waarschijnlijk in 2016 bij de westkust van de Verenigde Staten gaan pieken. De lozingen die sinds december 2013 plaatsvinden komen daar na verloop van tijd nog bij en zijn nog niet meegenomen in die berekeningen.

Makhijani verklaart dat er beter toezicht moet worden gehouden op voedingswaren en vindt dat het functioneren van de overheidsdiensten EPA en FDA tekort schiet om die taken goed uit te voeren. Hij vreest dat de meest alarmerende episode van de voortdurende kernramp in Fukushima nog moet gaan komen. Elke dag worden wanhopige pogingen gedaan om te voorkomen dat er een totale kernsmelting gaat plaatsvinden. Wat voor velen als pijnlijk wordt ervaren is dat de Japanse overheid totaal geen overzicht heeft op de sanering. De regering heeft TEPCO    een privaat en dus op winst gericht bedrijf – gevraagd de leiding te nemen in de sanering. Makhijani verhaalt over het bezoek van de Japanse kerningenieur Yastel Yamada aan de VS om zijn ​​licht te laten schijnen over wat hij ervaart als een gebrekkige aanpak. Hij zegt dat de kernramp TEPCO boven het hoofd is gegroeid. “De schoonmaakklus is veel te groot voor capaciteit van het bedrijf,” zegt Yamada. Yamada is één van vele deskundigen die zegt dat het een slechte oplossing is om de klus door TEPCO te laten klaren, en dat een kernsmelting nog steeds mogelijk is. Dr. Jimmy Hara, van Nuclear Age Peace Foundation en hoogleraar klinische huisartsengeneeskunde aan de UCLA is het daarmee eens. “Het is als de vos die toezicht houdt op het kippenhok, en het is een enorm probleem”, aldus Hara. TEPCO en de Japanse regering hebben tot op heden internationale hulp geweigerd.

Recent wetenschappelijk nieuws (11 januari 2014) over de effecten van ‘Fukushima’ voor de Pacific is hier te vinden.

De voortdurende obsessie van het NRC Handelsblad met de ‘bom’ van Iran

Henk van der Keur | stichting Laka | 14 december 2013

Bijna zestig niet-kernwapenstaten zetten ooit een eerste stap naar het maken van een kernwapen, waaronder Zweden en Zwitserland. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten zette mogelijk ook Iran deze eerste stap in de periode voor 2003. Toch is er geen enkel ander land waarbij zo uitgebreid is – en nog steeds wordt – gespeculeerd over een (vermeend) kernwapenprogramma als Iran. Natuurlijk is er niets mis mee om af en toe te speculeren. Ook dat hoort thuis binnen het journalistieke métier, maar in het geval van Iran worden de grenzen ver overschreden. Er komt geen einde aan. Ook NRC Handelsblad blijft er lustig op los speculeren (‘Gooi een atoombom op Iran’, 9 dec.). Van een krant als het NRC Handelsblad verwacht ik dat ze zich wat meer toeleggen op de feiten. En daarover valt met betrekking tot bijvoorbeeld Israël voldoende te melden. Zoals de feiten die recent door de onthullingen van William Burr en Avner Cohen aan het licht zijn gekomen over hoe Israël begin jaren zestig uranium uit Argentinië verwierf voor de ontwikkeling van kernwapens. Of bijvoorbeeld een achtergrondverhaal over de actieve rol die Israël heeft gespeeld bij de ontwikkeling van kernwapens door het apartheidsregime in Zuid-Afrika. En wat te denken over wat nader onderzoek naar de nauwe betrokkenheid van Israël bij de ontwikkeling van kernwapens door de sjah van Perzië? Dit, naar aanleiding van de uitspraken die gedaan worden in de recente Israëlische documentaire “Before the Revolution“. Een verhaal daarover zou niet misstaan in de lange reeks van ongegronde speculaties over het huidige kernprogramma van de Islamitische Republiek in het NRC Handelsblad. Soms lijkt het wel dat er ondanks de censuur in de Israëlische media daar meer over de kernwapens van Israël wordt bericht dan hier in de Nederlandse media door de zelfcensuur van Nederlandse journalisten.