Tag Archives: India

Een Fukushima-clausule in nucleaire deal tussen India en de VS?

Winst voor de kernindustrie en risico voor de burger

Stichting Laka | Henk van der Keur | 9 maart 2015

De ‘doorbraak’ in de nucleaire overeenkomst tussen India en de Verenigde Staten werd geprezen als een zegevierende uitkomst van het recente bezoek van president Barack Obama aan India. Maar het lijkt meer op een capitulatie van de Indiase regering. De Indiase premier Narendra Modi heeft niet alleen het standpunt van de regerende partij op de betrokken kwesties laten varen, maar het heeft ook de belangen van zijn land genegeerd.

Commentaren in de Indiase kranten over de nucleaire deal suggereren dat de regering Modi een artikel van de Indiase Aansprakelijkheidwet wil aanpassen waardoor bij kernongevallen gerechtelijk vervolging of civielrechtelijke procedures niet van toepassing zijn op buitenlandse reactorleveranciers. Het komt er op neer dat deze maatregel Amerikaanse – maar ook Franse en Russische – reactorleveranciers moet beschermen tegen de gevolgen van ongevallen die veroorzaakt worden door ontwerpfouten.

demonstratie in Mithi Virdi

Als hierover een overeenkomst wordt bereikt – de verwachting is dat dit een jaar zal gaan duren – dan is dat voor Indiase burgers reden voor bezorgdheid. Het belang van de leverancier aansprakelijkheid wordt geïllustreerd door de bijna vier jaar oude kernramp in Fukushima (11 maart 2011). Toen de kerncentrale door de tsunami werd getroffen kwam de zwakte van het ontwerp van de kernreactoren – type Mark I van fabrikant General Electric (GE) – aan het licht. De inadequate betonnen omhulling (‘containment’) van de reactoren kon de verspreiding van radioactiviteit niet voorkomen toen de koelingsystemen faalden en de druk binnen de reactoren zich had opgebouwd. Hoewel deze ontwerpfout al veertig jaar geleden werd opgemerkt, net toen de Fukushima-reactoren in bedrijf werden gesteld, verzette de industrie zich tegen de wijzigingen in de regelgeving die de kernramp hadden kunnen voorkomen.

Het Japanse Centrum voor Economisch Onderzoek meldt dat de kosten van het opruimen van Fukushima kunnen oplopen tot 200 miljard dollar. Een studie van deskundigen dat in 2013 werd gepubliceerd in het tijdschrift Energy and Environmental Science schat dat de ramp kan leiden tot ongeveer duizend extra sterfgevallen als gevolg van kanker. Het is echter onwaarschijnlijk dat GE verantwoordelijk zal worden gehouden voor hun slechte ontwerpkeuze. Onder Japans recht is de leverancier gevrijwaard van aansprakelijkheid voor een ongeval. Dit is het kader van straffeloosheid waaronder leveranciers van kerninstallaties zich willen laten bedienen.

Deze capitulatie op de dertigste verjaardag van de tragedie in Bhopal verraadt een ontstellend gebrek aan gevoeligheid van de regering Modi voor het lijden van tienduizenden gezinnen. Westinghouse zou niet van zo’n voorrecht genieten als het kerncentrales zou bouwen in de Verenigde Staten. Op zo’n belangrijke kwestie, zal de VS nooit enige concessie doen naar een ander land. Zelfs niet aan zijn naaste bondgenoot Groot-Brittannië. British Petroleum (BP) moet een boete betalen van 18 miljard dollar voor de olieramp in de Golf van Mexico.

Het meest verbijsterende aan de huidige overeenkomst is dat het geen tastbare voordelen biedt voor India. De VS hebben aangeboden om twee reactoren te verkopen – die beide duur zijn en niet getest. De Westinghouse AP1000, die is gekozen voor Mithi Virdi, in de Indiase deelstaat Gujarat, is niet in commerciële exploitatie en heeft overal waar het wordt gebouwd moeilijkheden ondervonden. Bij Plant Vogtle, in de Amerikaanse staat Georgia, hebben Westinghouse en haar partner Georgië Power elkaar voor een miljard dollar aangeklaagd wegens kostenoverschrijdingen en vertragingen. Zelfs in China is de AP1000 met ongeveer twee jaar vertraagd vanwege problemen met de koelwaterpompen.

Inwoners van Mithi Virdi schreven een open brief aan Obama en Modi om hen eraan te herinneren dat de “dorpsraden van de vier meest getroffen dorpen [..] een resolutie hebben aangenomen waarin ze de gehele [..] regio verklaren als een kernvrije zone.” De leiders van “‘s werelds grootste democratieën” worden geconfronteerd met een duidelijke keuze. Ze kunnen miljarden dollars in nucleaire bedrijven storten door veiligheid en de economische prudentie op te offeren. Of ze kunnen luisteren naar de democratische stemmen van Mithi Virdi en deze onnodige deals annuleren.

Dit artikel is in maart 2015 verschenen in ProcesNieuws, het orgaan van Tribunaal voor de Vrede.

splijtstof | fissile material

splijtstoffen | fissile materials

De onafhankelijke internationale commissie voor splijtstoffen (IPFM) publiceert ieder jaar een overzicht van de wereldwijde voorraden kernsplijtstoffen. Het laatste statusrapport verscheen in oktober 2013: Global Fissile Material Report 2013 – Increasing Transparency of Nuclear Warhead and Fissile Material Stocks as a Step toward Disarmament

Onderstaande diagrammen lichten de voorraden van de belangrijkste twee splijtstoffen – hoog verrijkt uranium en plutonium – per land nader toe. Hoog verrijkt uranium bevat 20% of meer uranium-235. In kernwapens wordt meestal 95% of meer gebruikt. Met plutonium wordt plutonium-239 bedoeld, ontstaan uit bestraald uranium-238 in kernbrandstof.

Meer rapporten het IPFM zijn hier te vinden.

Nationale Voorraden van Hoog Verrijkt Uranium (2012)

Diagram hoog verrijkt uranium (HEU) [Klik op de diagram] Nationale voorraden hoog verrijkt uranium (HEU) vanaf 2012. De cijfers voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn op op basis van officiële publicaties en verklaringen. De civiele HEU-voorraden van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn op basis van hun publieke verklaringen bij het Internationaal Atoomenergie Agenstschap (IAEA). Aantallen met sterretjes zijn schattingen van het IPFM betekenen: vaak met grote onzekerheden. Een onzekerheid 20% wordt verondersteld voor de cijfers van de totale voorraden in China en van de militaire voorraden in Frankrijk, ongeveer 30% voor Pakistan, en ongeveer 40% voor India. De 488 ton geëlimineerde Russische HEU omvat 473 ton van de 500 ton HEU deal (‘downblenden’ naar kernbrandstof) en 15 ton van het Material Consolidation and Conversion project. HEU in
niet-kernwapenstaten (NNW) staat onder controle van de IAEA. Ongeveer 10 ton van de HEU in niet-kernwapenstaten is bestraalde brandstof in Kazachstan met een geschatte verrijkingsgraad van ca. 20%.

Nationale Voorraden van Gescheiden Plutonium (2012)

Diagram plutonium [Klik op de diagram] Nationale voorraden van gescheiden plutonium vanaf 2012. Civiele voorraden zijn gebaseerd op de verklaringen in INFCIRC/549, gepubliceerd in 2012, die vanaf 31 december 2011 gelden en vermeld worden op eigendom en niet op de huidige locatie. Wapenvoorraden zijn gebaseerd op ramingen van het IPFM met uitzondering van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waarvan de regeringen verklaringen hebben afgelegd. Onzekerheden in de geschatte militaire voorraden van China, Frankrijk, India, Israël, Pakistan en Rusland zijn in de orde van 10-30%. Het plutonium dat India scheidde van gebruikte brandstof uit hun zwaar water krachtcentrale is door India gecategoriseerd als “strategisch” en staat niet onder controle van het IAEA. Rusland heeft 6 ton weaponwaardig plutonium waarbij het heeft ingestemd het niet te gebruiken voor wapens. De Verenigde Staten heeft 4,4 ton overtollig plutonium afgestoten als afval in de ondergrondse opslagplaats voor kernafval in de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP), in New Mexico.

fissile materials

The independent International Forum on Fissile Materials (IPFM) releases every year an overwiew of the global stockpiles of fissile materials. The latest report appeared in October 2013: Global Fissile Material Report 2013 – Increasing Transparency of Nuclear Warhead and Fissile Material Stocks as a Step toward Disarmament

The diagrams below explain the stockpiles of the most important fissile materials – high enriched uranium (HEU) and plutonium – per country. Other reports of the IPFM can be found here.

Nationale Voorraden van Hoog Verrijkt Uranium (2012)

Diagram on HEU [Click on the diagram] National stocks of highly enriched uranium as of 2012. The numbers for the United Kingdom and United States are based on official publications and statements. The civilian HEU stocks of France and the United Kingdom are based on their public declarations to the IAEA. Numbers with asterisks are IPFM estimates, often with large uncertainties. A 20% uncertainty is assumed in the figures for total stocks in China and for the military stockpile in France, about 30% for Pakistan, and about 40% for India. The 488 tons of eliminated Russian HEU include 473 tons from the 500-ton HEU
deal and 15 tons from the Material Consolidation and Conversion project. HEU in non-nuclear weapon (NNW) states is under IAEA safeguards. About 10 tons of the HEU in non-nuclear weapon states is irradiated fuel in Kazakhstan with an estimated en richment of about 20%.

Nationale Voorraden van Gescheiden Plutonium (2012)

Diagram on plutonium [Click on the diagram] National stocks of separated plutonium as of 2012. Civilian stocks are based on the INFCIRC/549 declarations published in 2012, which report material as of 31 December 2011 and are listed by ownership, not by current location. Weapon stocks are based on IPFM estimates except for the United States and United Kingdom whose governments have made declarations. Uncertainties in estimated military stockpiles for China, France, India, Israel, Pakistan, and Russia are on the order of 10–30%. The plutonium India separated from spent heavy-water power-reactor fuel has been categorized by India as “strategic,” and not to be placed under IAEA safeguards. Russia has 6 tons of weapongrade plutonium that it has agreed to not use for weapons but not declared excess. The United States has disposed of 4.4 tons of excess plutonium as waste in its underground Waste Isolation Pilot Plant, in New Mexico.

Nucleaire top in Den Haag

Nucleaire top lost helemaal niets op

Henk van der Keur | stichting Laka | 25 februari 2014

Als we de mainstream media moeten geloven is de nucleaire topconferentie die op 24 en 25 maart in Den Haag wordt gehouden een belangrijke stap op weg naar het verstevigen van de internationale veiligheid. Op papier is die veronderstelling juist, maar het stemt niet overeen met de werkelijkheid. Ons wordt voorgehouden dat er gewerkt wordt aan striktere regelgeving om verspreiding van civiel nucleair materiaal, dat ook kan worden gebruikt voor het maken van kernwapens, tegen te gaan. Zo moet worden voorkomen dat landen als Iran of terroristische organisaties, zoals Al-Qaida, kernwapens kunnen maken. In werkelijkheid vormt Iran geen bedreiging en wordt door het zelfzuchtige beleid van de grootmachten de mogelijkheid van een terroristische kernaanval eerder vergroot dan verkleind.

Al decennialang worden we door de media bestookt met de meest bizarre beweringen over nucleaire dreigingen in de wereld. Iran – dat al decennialang bijna over een kernwapen beschikt – is daar een exemplarisch voorbeeld van. De afgelopen jaren wordt vooral de uraniumverrijkingscapaciteit van dat land in de media sterk uitvergroot.  Hele volksstammen denken daardoor zeker te weten dat dit land een groot nucleair gevaar is door het enorme potentieel aan uraniumverrijking dat dit land zou hebben opgebouwd. Ze beseffen niet dat het in werkelijkheid gaat om slechts twee piepkleine verrijkingsfabrieken en dat Iran zeker één jaar nodig heeft om net zoveel laag verrijkt uranium te produceren wat het Europese consortium Urenco in vijf uur kan produceren (stanford.edu). Iran komt sinds 2003 al zijn verplichtingen krachtens de vigerende non-proliferatieverdragen na. Feitelijk is er geen enkele reden waarom Iran medewerking zou moeten verlenen aan de onderhandelingen met de vijf grootmachten (VS, VK, Frankrijk, China en Rusland) plus Duitsland. Het is een absurd toneelstuk, die de aandacht moet afleiden van de werkelijke bedoelingen van deze landen. In werkelijkheid zijn zij het die de non-proliferatieverdragen ondermijnen.

Het was Bill Clinton die dit tijdperk van deze ondermijning van de verdragen inluidde door de kernproeven van India de facto te erkennen en de deur voor nucleaire handel met dat land op een kier zette. In 2008 legaliseerde president Bush India tot een erkende kernwapenstaat door een verdrag met dat land te tekenen voor nucleaire handel waarbij ook de levering van technologie voor uraniumverrijking en opwerking van gebruikte splijtstof werd toegezegd. Ook Frankrijk en Rusland hebben India deze technologie, waarmee ook kernwapens kunnen worden gemaakt, toegezegd.

Formeel hebben de Verenigde Staten non-proliferatie hoog in het vaandel staan, maar als het gaat om handelsbelangen of geopolitieke belangen wordt de regelgeving wat minder strikt (‘flexibele’ nucleaire handel). Het nodigt China uit om nucleaire handel te drijven met Pakistan, de aartsvijand van India. Waanzin ten top! En de waanzin reikt nog verder: dankzij de Westerse kernwapenstaten en Rusland wordt India straks lid van de Nuclear Suppliers Group. Zo transformeert deze organisatie die kernwapenproliferatie moet bestrijden in een organisatie die de verspreiding van nucleair materiaal juist aanmoedigt. Wereldwijd overeengekomen nucleaire verdragen worden te grabbel gegooid voor de korte termijn winsten en belangen van een klein groepje machthebbers. Daar wordt de wereld niet veiliger van.

Dit artikel verscheen op zaterdag 1 maart in Het Parool

kernwapens | nuclear weapons

kernwapens | nuclear weapons

Landen met kernwapenprogramma’s (2014)
Wereldwijd zijn er negen landen die over een kernwapens beschikken: de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China, India, Pakistan, Israel en Noord-Korea.
De eerste vijf landen, tevens de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, hadden al kernwapens voordat het non-proliferatieverdrag (NPV) in 1970 van kracht werd. Dit zijn de zogenaamde ‘erkende kernwapenstaten’. Volgens het internationaal recht zijn de overige landen – Israël, Pakistan, India en Noord-Korea – ‘niet-erkende kernwapenstaten’. Het exacte aantal kernwapens in het bezit van ieder land is een nationaal topgeheim. Ondanks deze beperking, maken publiek beschikbare informatie en lekken het mogelijk om vrij nauwkeurige schattingen te maken over de omvang en samenstelling van de nationale kernwapenvoorraden. Wereldwijd zijn er in totaal 16.400 kernwapens, waaronder 4.000 operationele strategische kernkoppen in de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, en 180 operationele niet-strategische kernwapens van de Verenigde Staten.

Ondanks de aanzienlijke vermindering van de aantallen Amerikaanse, Russische, Franse en Britse kernwapens in vergelijking met de niveaus ten tijde van de Koude Oorlog, blijven alle kernwapenstaten hun resterende nucleaire strijdkrachten moderniseren en lijken ze vastbesloten hun kernwapens voor de onbepaalde tijd te behouden.

Hieronder volgt een overzicht van alle kernwapenstaten, die gebaseerd is op bronnen van de Bulletin of the Atomic Scientists en de Federation of American Scientists. De aantallen kunnen afwijken als gevolg van afrondingen en onzekerheid over de operationele status van de vier mindere kernwapenstaten en de onzekerheid over de omvang van de totale voorraden van drie van de vijf oorspronkelijke kernmachten. Meer informatie over het kernprogramma’s kan worden gevonden op de websites van het Internationaal Atoomenergy Agentschap (IAEA), de NTI (National Threat Initiative, opgericht door de Amerikaanse senator Sam Nunn), en het Instituut voor Wetenschap en Internationale Veiligheid (ISIS).

Rusland
Rusland beschikt over ongeveer 8000 strategische kernwapens, waarvan er 1600 operationeel zijn. Dit aantal operationele strategische kernwapens is hoger dan het totaalcijfer van het nieuwe START-verdrag, omdat het ook de kernwapens op vliegbases meerekent. Een gedetailleerd overzicht van de Russische strijdkrachten staat in deze publicatie van de Bulletin of the Atomic Scientists. Alle niet-strategische kernwapens van Rusland zijn niet operationeel. Verscheidene duizenden verouderde niet-strategische kernwapens wachten op ontmanteling. Een deel van de niet-strategische kernwapens en een deel van de strategische kernwapens zijn in revisie, in totaal 2700. Naast de 4300 kernwapens die in voorraad zijn, wachten naar schatting 3700 kernkoppen op ontmanteling. Volgens de FAS ontmantelt Rusland naar schatting 1000 verouderde kernkoppen per jaar.

meer informatie

Verenigde Staten
De VS heeft circa 7315 strategische kernwapens, waarvan er 1920 operationeel zijn. Dit aantal operationele strategische kernwapens is hoger dan het totaalcijfer van het nieuwe START-verdrag, omdat het ook de kernwapens op vliegbases meerekent. Een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse strijdkrachten staat in deze publicatie van de Bulletin of the Atomic Scientists.
Bijna 200 niet-strategische kernwapens (waarschijnlijk 184) zijn operationeel. Het betreffen B61 bommen die zich in Europa bevinden op zes vliegbases in vijf landen (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije). Voor nadere bijzonderheden kijk hier en hier. Het reservearsenaal van 2.661 kernkoppen omvat naar schatting 2.360 strategische en 300 niet-strategische kernkoppen in centrale opslag. In April 2014 verklaarde de Amerikaanse regering dat het 4.804 kernwapens in voorraad had (september 2013) en dat er sindsien een klein aantal heeft teruggetrokken. Het huidige totaal wordt geschat op 4.765 kernkoppen. Naast de 4.765 kernkoppen die in voorraad zijn, wachten circa 2.500 teruggetrokken op ontmanteling. Verder zijn er bij benadering 20.000 plutoniumkernen (‘pits’) en 5.000 ‘Canned Assemblies’ (‘secondaries’) van ontmantelde kernkoppen in opslag bij de Pantex Fabriek in Texas en de Y-12 fabriek in Tennessee. Voor een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse strijdkrachten kijk hier.

meer informatie
Voor meer informatie over de kernwapens van Rusland en de Verenigde Staten verwijs ik naar de publicaties in Nuclear Notebook in de Bulletin of the Atomic Scientists, het FAS-rapport over de status van de Amerikaanse en Russische strijdkrachten en nieuwe ontwikkelingen en bevindingen die gepubliceerd worden op het FAS Blog over Strategische Veiligheid.

Frankrijk
Frankrijk heeft ongeveer 300 strategische kernwapens, waarvan er 290 operationeel zijn. Een update van de Franse nucleaire stand van zaken staat hier.

China
Van China wordt vermoed dat het beschikt over ongeveer 250 kernkoppen, veel minder dan de 1.600 tot 3.000 die door sommigen worden beweerd. Aangenomen wordt dat geen van de kernkoppen operationeel zijn, maar dat ze zich in een centrale opslag liggen. Het bestaan van een Chinees niet-strategisch kernarsenaal is onzeker. Het Chinese arsenaal breidt uit door de productie van nieuwe kernkoppen voor de zogenaamde DF-31/31A en JL-2 raketten. Een gedetailleerd overzicht van de Chinese kernstrijdmacht is hier te vinden.

Verenigd Koninkrijk
Het Verenigd Koninkrijk heeft in totaal circa 225 strategische kernkoppen, waarvan er 160 operationeel zijn en 65 in reserve. Van de “operationeel beschikbare” kernkoppen, zijn er “tot 48 kernkoppen” aanwezig in patrouilles die continue plaatsvinden. Het aantal “operationele raketten” op elke onderzeeër zal worden verlaagd tot “niet meer dan acht” met 40 kernkoppen in de komende jaren. Halverwege het tweede decennium zal de voorraad worden verlaagd tot “niet meer dan 180.” Een gedetailleerd overzicht van Britse strijdkrachten is hier.

Israël
Israël is het enige land in het Midden-Oosten dat kernwapens bezit. De Arabische landen en Iran pleiten al heel lang voor een regio zonder massavernietigingswapens. Maar daar wil Israël met steun van de Verenigde Staten niets van weten. Meer informatie vindt u hier: Why the Helsinki Conference is crucial for the Middle East.

Hoewel Israël genoeg plutonium heeft geproduceerd voor 100-200 kernkoppen, doen het aantal platforms en ramingen gemaakt door de Amerikaanse inlichtingendiensten vermoeden dat de voorraad ongeveer 80 kernkoppen moet bedragen. Een gedetailleerd overzicht van de Israëlische kernstrijdmacht is hier te vinden.

Pakistan
Amerikaanse inlichtingendiensten schatten dat Pakistan 90-110 kernkoppen heeft geproduceerd. Aangenomen wordt dat geen van deze zijn ingezet, maar in centrale opslagplaatsen liggen, de meesten in de zuidelijke delen van het land. Meer kernkoppen zijn in productie. Een gedetailleerd overzicht is hier te vinden.

India
De kernkoppen van India zijn niet ingezet. In totaal liggen er naar schatting 90 tot 110 in centrale opslagplaatsen. Meer kernkoppen zijn in productie. Een gedetailleerd overzicht van de Indiase kernstrijdmacht is hier te vinden.

Noord-Korea
Ondanks twee Noord-Koreaanse kernproeven, zijn er geen bewijzen dat Noord-Korea kernwapens bezit die operationeel zijn. Een wereldwijd onderzoek door de US Air Force National Air and Space Intelligence Center (2013) maakt geen melding van Noord-Koreaanse ballistische raketten die een kernkop kunnen dragen. Noord-Korea heeft naar schatting minder dan tien kernwapens.

 

nuclear weapons
Nuclear Weapon States (2014)
Worldwide, there are nine states with nuclear weapons: the United States, Russia, the United Kingdom, France, China, India, Pakistan, Israel and North Korea. The first five countries, also the permanent members of the UN Security Council, had nuclear weapons before the Non-Proliferation Treaty (NPT) in 1970 was in force. These are called the “recognized nuclear weapons states.” Under international law, the other countries are “non-recognized nuclear weapon states”. The exact number of nuclear weapons in each country’s possession is a closely held national secret. Despite this limitation, however, publicly available information and occasional leaks make it possible to make best estimates about the size and composition of the national nuclear weapon stockpiles. Worldwide, there are a total of 16,400 nuclear weapons, including 4,000 operational strategic warheads in the United States, Russia, France and the United Kingdom, and 180 other non-strategic nuclear weapons from the United States.

Despite significant reductions in US, Russian, French and British nuclear forces compared with Cold War levels, all the nuclear weapon states continue to modernize their remaining nuclear forces and appear committed to retaining nuclear weapons for the indefinite future.
Below is an overview of all nuclear weapons states, based on sources of the Bulletin of the Atomic Scientists and the Federation of American Scientists. Numbers may not add up due to rounding and uncertainty about the operational status of the four lesser nuclear weapons states and the uncertainty about the size of the total inventories of three of the five initial nuclear powers.
More information about the nuclear programs can be found on the websites of the International Atomic Energy Agency must (IAEA), the U.S. National Threat Initiative, founded by U.S. Senator Sam Nunn, and the Institute for Science and International Security (ISIS).

Russia
Russia has about 8,000 strategic nuclear weapons, of which 1600 are operational. This number of operational strategic nuclear weapons is higher than the aggregate data under the New START treaty because this table also counts bomber weapons at bomber bases as deployed. Detailed overview of Russian forces is here. All nonstrategic nuclear weapons of Russia are not operational. Several thousand retired non-strategic warheads are awaiting dismantlement. A part of the non-strategic nuclear weapons and a part of the strategic nuclear weapons in revision, total 2700.
In addition to the 4,300 nuclear warheads in the military stockpile, 3,700 retired warheads are estimated to be awaiting dismantlement. The FAS estimates that Russia is dismantling approximately 1,000 retired warheads per year.

additional information

United States
The USA has about 7315 strategic nuclear weapons, of which 1920 are operational. This number of operational strategic nuclear weapons is higher than the aggregate data released under the New START treaty because this table also counts bomber weapons on bomber bases as deployed. See overview of U.S. forces here. Nearly 200 (probably 184) B61 bombs are deployed in Europe at six bases in five countries (Belgium, Germany, Italy, Netherlands and Turkey). For details, see here
and here. Non-deployed reserve, total 2,661 warheads, includes an estimated 2,360 strategic and 300 non-strategic warheads in central storage. The U.S. government declared in April 2014 that its stockpile included 4,804 warheads as of September 2013. Since then, a small number of warheads are thought to have been retired. Total number is as of April 2014 estimated on 4,765 warheads.
In addition to the roughly 4,765 warheads in the military stockpile, approximately 2,500 retired warheads are awaiting dismantlement. In addition, close to 20,000 plutonium cores (pits) and some 5,000 Canned Assemblies (secondaries) from dismantled warheads are in storage at the Pantex Plant in Texas and Y-12 plant in Tennessee. For detailed overview of U.S. forces, see here.

additional information
For more information about the nuclear weapons of Russia and the United States, I refer to the publications in Nuclear Notebook in the Bulletin of the Atomic Scientists, the FAS report on the status of the U.S. and Russian forces, and new developments and findings published in Blog about the FAS Strategic Security.

France
France – total 300 warheads – has stated that it has no reserve, but it probably has a small inventory of spare warheads. For an update of the French nuclear posture, see this article.

China
China is thought to have “several hundred warheads,” far less than the 1,600-3,000 that have been suggested by some. None of the warheads are thought to be fully deployed but kept in storage under central control. The exstence of a Chinese non-strategic nuclear arsenal is uncertain. The Chinese arsenal is increasing with production of new warheads for DF-31/31A and JL-2 missiles. Detailed overview of Chinese forces is here.

United Kingdom
Of these “operationally available” warheads, “up to 48 warheads” are on patrol at any given time. The number of “operational missiles” on each sub will be reduced to “no more than eight” with 40 warheads in the next few years. By the mid-2020s, the stockpile will be reduced to “not more than 180.” Detailed overview of British forces is here.

Israel
Israel is the only country in the Middle East that possesses nuclear weapons. The Arab countries and Iran have long been calling for a region without weapons of mass destruction. But with the support of the United States Israel don’t want to give up their arsenal. More information here: Why the Helsinki Conference is Crucial for the Middle East.

Although Israel has produced enough plutonium for 100-200 warheads, the number of delivery platforms and estimates made by the U.S. intelligence community suggest that the stockpile might include approximately 80 warheads. Detailed overview of Israeli forces is here.

North Korea
Despite two North Korean nuclear tests, there is no publicly available evidence that North Korea has operationalized its nuclear weapons capability. A 2013 world survey by the U.S. Air Force National Air and Space Intelligence Center (NASIC) does not credit any of North Korea’s ballistic missiles with nuclear capability. North Korea has less than ten nuclear weapons.

dit weblog | this weblog

over dit weblog | about this weblog

‘Splijtstof’ is nucleair materiaal dat kan worden gebruikt in kernbrandstof of kan worden gescheiden van gebruikte kernbrandstof. Dezelfde materialen kunnen ook worden verwerkt voor gebruik in kernwapens. Met andere woorden: kernenergie is meer dan een energiebron. Civiele kerntechnologie en kernbrandstof kunnen ook aangewend worden voor het maken van kernwapens. Uraniumverrijkingstechnologie kan worden gebruikt voor de productie van hoog verrijkt uranium en splijtbaar plutonium kan worden gewonnen uit gebruikte kernbrandstof. Zowel hoog verrijkt uranium (U-235) als plutonium (Pu-239) zijn splijtstoffen die gebruikt worden in kernwapens. Zolang kernenergie blijft bestaan, zolang zal proliferatie van kernwapentechnologie en splijtstoffen blijven plaatsvinden. Propagandisten van kernenergie op basis van thorium beweren dat deze vorm van energieopwekking niet gevoelig is voor kernwapenproliferatie. Dat is een misvatting. De thoriumbrandstofketen maakt gebruik van uranium-233 (U-233), een splijtstof die net zo splijtbaar is als plutonium-239 (Pu-239).

Dit weblog informeert de lezer over de verspreiding van civiele kerntechnologie en splijtstoffen. Naast kernproliferatie en het internationale nucleaire non-proliferatie beleid, besteedt dit blog ook aandacht aan kernwapens, de kosten van kernenergie / kernwapens, kernafval, verarmd uranium,  geheimhouding, de kernindustrie, ontmanteling van kerninstallaties, de voortdurende kernramp in Fukushima en de gevolgen daarvan, en aan de verschuivende geopolitieke verhoudingen in de wereld.

Landen met een robuust kernenergieprogramma hebben alle middelen in hun bezit om deze aan te wenden voor militaire doeleinden. Dat geldt met name voor de vijf ‘erkende kernwapenstaten’, die niet toevallig ook de permanente leden zijn van de VN-Veiligheidsraad: de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China. De VS en andere Westerse landen presenteren zichzelf graag als de pleitbezorgers voor het uitbannen van massavernietigingswapens. Maar de geschiedenis wijst heel anders uit.

Zo leveren alle ‘erkende kernwapenstaten’ civiele kerntechnologie en splijtstoffen aan India of Pakistan. Deze ‘niet erkende’ kernwapenstaten zijn geen ondertekenaars van het non-proliferatieverdrag (NPV) en het verdrag voor een verbod op kernproeven (CTBT) en zijn bovendien aartsvijanden van elkaar. Het vigerende non-proliferatieregime moet dus wijken voor de handelsbelangen en de strategische belangen van de grootmachten. Tegelijkertijd misgunt het Westen Iran een kernenergieprogramma, terwijl het daar als ondertekenaar van het NPV recht op heeft. In de Westerse (Nederlandse) media wordt Iran steevast verdacht van het ontwikkelen van kernwapens. Deze onjuiste en misleidende berichten maken deel uit van een mediacampagne tegen Iran, kennelijk met de bedoeling om de aandacht af te leiden van het kernwapenprogramma van Israël, waarover juist zeer summier wordt bericht. Het gevaar van kernproliferatie is zeker aanwezig bij een land als Iran, maar dat risico is niet groter dan bij een hele reeks andere landen. De omvang van het Iraanse kernenergieprogramma wordt in de Westerse media schromelijk overdreven. In de afgelopen jaren is vooral het uraniumverrijkingsprogramma het mikpunt. In werkelijkheid heeft Iran een relatief klein kernenergieprogramma. Het valt natuurlijk nooit uit te sluiten dat Iran in de toekomst kernwapens gaat maken, maar vooralsnog is er geen enkele aanleiding om dat te veronderstellen.

Het lijkt erop dat het non-proliferatiebeleid steeds meer een speeltje wordt van de kernwapenstaten en dat de verdragen en overeenkomsten die gesloten zijn om proliferatie tegen gaan een dode letter worden.  In plaats van te streven naar kernontwapening, doen de ‘erkende kernwapenstaten’ precies het tegenovergestelde. Ze moderniseren hun eigen kernwapenarsenalen en lappen het internationaal recht aan hun laars door kernwapenproliferatiegevoelige technologie en materialen te exporteren naar landen als India en Pakistan. Dit blog besteedt ook aandacht aan visies over hoe het tij kan worden gekeerd.

Dit weblog is een aanvulling op de algemene website van de stichting Laka, en de Laka-websites over de geschiedenis van kernenergie in Nederland en de campagne tegen de onderzoeksreactor Pallas.

Naast eigen artikelen plaats ik bijna dagelijks nieuws over kernproliferatie en de andere vermelde thema’s op het terrein van kernenergie en kernwapens dit weblog.

about this weblog

“Splijtstof” is the Dutch word for “fissile material”, which is nuclear material that can be used as nuclear fuel  or separated  from spent nuclear fuel. The same material can be processed for use in nuclear weapons. In other words: nuclear power is more than a source of energy. Civilian nuclear technology and nuclear fuel can also be used for making nuclear weapons. Uranium enrichment technology can be used to produce highly enriched uranium (HEU) and fissile plutonium can be extracted from spent nuclear fuel. Both highly enriched uranium (U-235) and plutonium (Pu-239) are fissile material used in nuclear weapons. As long as nuclear power remains to exist, so long the proliferation of nuclear technology and fissile materials will continue to take place. Proponents of nuclear power based on thorium claim that this form of energy is not sensitive to nuclear proliferation. That is a misconception. The thorium fuel chain uses uranium-233, a fuel that is as fissile as plutonium-239.

This blog informs the reader about the spread of civilian nuclear technology and fissile materials. In addition to nuclear proliferation and international nuclear non-proliferation policy, this blog also focuses on nuclear weapons, the cost of nuclear energy / nuclear weapons, nuclear waste, depleted uranium, secrecy, the nuclear industry, nuclear decommissioning, the ongoing nuclear disaster in Fukushima and its consequences, and the geopolitical shifts in global power.

Countries with a robust nuclear energy program have all the means in their possession to employ them for military purposes. This is particularly true of the five “recognized Nuclear Weapons States” which not coincidentally are also the permanenent members of the UN Security Council: the United States, Russia, the UK, France and China. The U.S. and other Western countries like to present themselves as advocates for the elimination of weapons of mass destruction. But history shows very different.

All “recognized nuclear weapons states” supply civilian nuclear technology and fuel to India or Pakistan. These “not recognized” nuclear states are not signatories of the Nuclear Non-Proliferation Treaty (NPT) and the Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT) and are also enemies of each other. So, the current non-proliferation regime has to give way to commercial interests and strategic interests of the major powers. At the same time the West begrudges Iran a nuclear program , while it is there as a signatory of the NPT. In Western media Iran is invariably suspect of developing nuclear weapons. These false and misleading reports are part of a media campaign against Iran, apparently with the intention to distract attention from Israel’s nuclear weapons program, which has virtually no attention in the media. The danger of nuclear proliferation is certainly present in Iran, but the risk is not larger than in a number of other states. The extent of Iran’s nuclear program is grossly exaggerated in the Western media. In recent years, especially the uranium enrichment program is a target. In reality, Iran has a relatively small nuclear power program. It is, of course, never be ruled out that Iran in the future is going to make nuclear weapons, but yet there is no reason to assume that.

It seems that non-nuclear proliferation policy is becoming more and more a toy of the Nuclear Weapon States and that the treaties and agreements, which have been closed to counteract proliferation, become a dead letter. Instead of striving for nuclear disarmament, the “recognized nuclear states” do exactly the opposite. They are modernizing their own nuclear weapon arsenals and act in violation with International Law by exporting nuclear proliferation-sensitive technology and materials to countries like India and Pakistan. This blog will also focus on visions of how the tide can be turned.

This weblog is an addition to the general website of Laka Foundation, and the Laka websites on the history of nuclear energy in the Netherlands and the campaign against the planned research reactor Pallas (mainly in Dutch).

In addition to own articles (currently only in Dutch, however, since 29.03.2015 with English abstracts) on this weblog, I select – almost on a daily basis – also news and reports on nuclear proliferation and the other mentioned nuclear issues on this weblog.

 

Partnerschap India-Japan maakt non-proliferatieverdrag tot een farce

Amsterdam, 30 juli 2013 – Henk van der Keur

Nu de Liberaal Democratische Partij (LDP) van de Japanse premier Shinzo Abe een ruime meerderheid heeft veroverd in beide huizen van het parlement, komt de afronding van een strategisch partnerschap tussen Japan en India snel naderbij. Beide landen tekenden in 2006 een gezamenlijke verklaring voor een traject naar een strategisch partnerschap. Inmiddels is  overeenstemming bereikt over gezamenlijke industriële activiteiten voor het winnen van zeldzame en cruciale grondstoffen, die nodig zijn in hi-tech industrieën en geavanceerde wapensystemen, en waarvan de meeste leveringen worden gecontroleerd door China. Het pact behelst vooral militaire en civiel nucleaire samenwerking. Van belang hierbij is dat deze bilaterale politiek-strategische betrekkingen vorderen met Amerikaanse betrokkenheid. In juni 2012 hielden India en Japan hun eerste bilaterale marineoefeningen voor de kust van Japan. En dit jaar vond er een reeks uitwisselingen plaats tussen de strijdkrachten van India en Japan. Bij het bezoek van de Indiase president  Manmohan Singh aan Japan afgelopen voorjaar spitste het overleg zich toe op civiele nucleaire samenwerking. Het partnerschap voorspelt weinig goeds voor Azië en zet het non-proliferatieregime onder druk.

 

De naderende overeenkomst tussen Japan en India was ondenkbaar geweest zonder de diplomatieke druk van een aantal erkende kernwapenstaten die kernreactoren willen leveren aan India. Voor het binnenhalen van deze lucratieve orders moesten een aantal hobbels worden genomen. De Nuclear Suppliers Group (NSG) verbiedt de levering van nucleaire technologie aan niet-ondertekenaars van het non-proliferatieverdrag (NPV), waartoe India behoort. Bovendien heeft India het Verdrag voor een Verbod op Kernproeven (CTBT) niet ondertekend en is het dat ook niet van plan te doen. Onder diplomatieke druk van de Verenigde Staten verleende de NSG India in 2008 selectieve vrijstelling. Dat baande in hetzelfde jaar de weg voor een nucleaire overeenkomst tussen de VS, en de lucratieve nucleaire deals van de VS, Frankrijk en Rusland met India voor de levering van kernreactoren en ander nucleair materieel. Het partnerschap tussen India en Japan is van groot belang voor Amerikaanse en Franse nucleaire bedrijven. Hun projecten, ter waarde van miljarden dollars, zijn vastgelopen omdat bepaalde cruciale onderdelen voor die reactoren door Japanse bedrijven geleverd moeten worden – wat niet kan gebeuren zonder een bilaterale nucleaire overeenkomst tussen India en Japan.

 

Ironisch genoeg was de NSG juist in het leven geroepen na de eerste kernproeven van India in 1974 om proliferatie van splijtstoffen en andere benodigdheden voor kernwapens tegen te gaan. Na de tweede kernproef in 1998, legde de VS India nog handelsbeperkingen op. Maar toen de VS daar meer onder te lijden hadden dan India, verschoof de koers van de VS geleidelijk. Het begon India een “verantwoordelijke” kernmacht te noemen.

 

India heeft ambitieuze plannen aangekondigd om in 2030 een kwart van zijn totale elektriciteitsproductie door kerncentrales te laten leveren – een 100-voudige uitbreiding ten opzichte van de huidige nucleaire capaciteit. Dat verloopt niet zonder slag of stoot. In de regio’s waar de nucleaire projecten in aanbouw zijn of gepland staan, waren de afgelopen jaren massale volksprotesten. De omwonenden, veelal tienduizenden mensen, vrezen verbanning van hun grond en verlies van levensonderhoud. Talrijke dorpsbewoners, landbouwers en vissers pleegden geweldloze vormen van verzet. De Indiase reageerde hierop met brute repressie. Duizenden politieagenten omsingelden dorpen nabij Koodankulam en sneden ze voor meerdere dagen af van essentiële benodigdheden zoals voedsel en medicijnen. Vissers werden gedood met kogels en knuppels, huizen werden geplunderd en  vissersboten vernietigd. De elite van India voert een regelrechte oorlog tegen de plattelandsbevolking van India, het arme deel van het land. 

 

Ondanks de geschiedenis van de atoombombardementen in Hiroshima en Nagasaki, accepteerde Japan de Amerikaans-Indiase nucleaire overeenkomst. Japanse vredesorganisaties en verenigingen van nog levende slachtoffers van de atoombombardementen, Hibakusha, veroordeelden de Japanse overheid voor buigen onder druk. Zij vinden het buitengewoon onverdraaglijk dat een land dat zelf heeft geleden onder atoombombardementen nu bezig is het NPV af te zwakken tot een wassen neus. Er doen sterke geruchten de ronde dat de nieuwe Japanse regering haar aandringen op het naleven van het CTBT zal laten varen om de overeenkomst met India te kunnen voltooien.

 

De legitimatie van kernwapens door Japan zal een slecht precedent betekenen voor andere landen. Het zal de nucleaire en conventionele wapenwedloop en de modernisering van de kernwapenarsenalen in Zuid-Azië doen toenemen, en het risico van een kernoorlog in Azië verhogen. China ervaart de militaire samenwerking tussen Japan en India als een bedreiging en Pakistan voelt zich vernederd door de selectieve toegang die aartsvijand India heeft verkregen tot de wereldwijde nucleaire handel.

 

Het partnerschap tussen India en Japan zal de Indiaas-Amerikaanse nucleaire deal van 2008 bezegelen. Het betekent de volledige erkenning van India als kernmacht. India wordt dan geen strobreed meer in de weg gelegd om geavanceerde civiele nucleaire technologie te verwerven. Notabene op een moment dat er intense internationale druk wordt uitgeoefend om te voorkomen dat Iran diezelfde technologie verwerft. Terwijl Iran net als andere leden van het NPV (onder toezicht van het Internationaal Atoomenergie Agentschap) daar juist recht op heeft. Zo wordt het NPV ondergeschikt gemaakt aan de strategische belangen en handelsbelangen van slechts een paar landen. Dat maakt het verdrag tot een farce en dat is niet bevorderlijk voor de stabiliteit, vrede en veiligheid in de wereld.  

 

Dit artikel verschijnt ook in het VredesMagazine nummer 4 (4e kwartaal 2013)

Een nieuw weblog over kernenergie en kernproliferatie

De kennis over kernenergie reikt meestal niet verder dan het bestaan van kerncentrales, kernrampen (Tsjernobyl en Fukushima) en kernafval. Daardoor heeft men vaak geen besef van de andere potentiële gevaren en risico’s die aan kernenergie kleven. Eén van die kwesties is kernproliferatie. Dat wil zeggen verspreiding van civiele kerntechnologie en splijtstoffen die – behalve voor het opwekken van kernenergie – aangewend kunnen worden voor het maken van kernwapens. Om dat laatste te voorkomen moeten landen met een kernenergieprogramma zich schikken in een non-proliferatieregime. Dat regime steunt op het multilaterale non-proliferatieverdrag (NPV) en de bilaterale integrale waarborgovereenkomsten, waarin de controlerende taak van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) is vastgelegd.

Al ruim twintig jaar volg ik de ontwikkelingen op het gebied van kernenergie en kernproliferatie en daarbij valt mij vaak op dat de berichtgeving over deze materie in de mainstream media niet altijd zorgvuldig is. Dat is vooral zichtbaar in de wonderlijke en vaak sterk propagandistisch gekleurde berichtgeving over de civiele kerninstallaties van Iran. Neem bijvoorbeeld dit bericht van de NOS: Iran bezit meer uraniumcentrifuges, dat wereldwijd door het persbureau Reuters is verspreid. Het bericht van de NOS begint met: “Iran heeft 18.000 centrifuges waar uranium mee verrijkt kan worden.” Ik vraag mij af: vanwaar dat aantal van 18.000? Weet u hoeveel ultracentrifuges er staan in de uraniumverrijkingsfabriek van het bedrijf Urenco in Almelo? Waarschijnlijk niet, want het bedrijf maakt daar nooit melding van. Bij een leek wekt het aantal van 18.000 de indruk dat Iran over gigantische fabrieken beschikt voor het verrijken van uranium. Die suggestie wordt in het bericht verder versterkt door de zinnen: “Het was tot nu toe onduidelijk hoeveel uraniumcentrifuges Iran precies bezit en hoeveel er actief zijn. Het aantal van 18.000 machines ligt in ieder geval een stuk hoger dan de eerder genoemde aantallen.” Dan rijst bij mij de vraag: waarom wordt hier niet objectief vastgesteld dat een aantal van 18.000 ultracentrifuges doodnormaal is voor een land dat werkt aan de opbouw van zijn civiele kernenergieprogramma? Nee, die mededeling komt aan het slot van het NOS bericht voor rekening van de Iraanse regering, waardoor het suggestieve karakter van het bericht nog verder wordt versterkt. Vooral, omdat in de zin daarvoor wordt gemeld: “De VS en andere Westerse landen vrezen dat Iran de uraniumcentrifuges gebruikt om kernwapens te ontwikkelen.” Deze zin wordt steevast gemeld in de berichtgeving over het kernenergieprogramma van Iran, waarbij nooit wordt uitgelegd waarop die informatie is gebaseerd. Natuurlijk valt het nooit uit te sluiten dat Iran ooit splijtstof gaat produceren voor kernwapens, maar dat geldt voor ieder land dat een verrijkingsfabriek bezit. Er is op dit moment echter geen enkele aanleiding om aan te nemen dat Iran streeft naar de productie van hoog verrijkt uranium. Meer hierover in mijn onderstaande artikel: ‘De eis dat Iran moet stoppen met uraniumverrijking is onrechtmatig’.

In kringen van de kernindustrie spreekt men nooit over aantallen ultracentrifuges, maar over de productiecapaciteit van die ultracentrifuges, en die wordt uitgedrukt in Scheidingsarbeidseenheden (Separative Work Units, afgekort SWU). Volgens het Instituut voor Wetenschap en Internationale Veiligheid (ISIS) in Washington D.C. beschikt Iran eind 2012 over een productiecapaciteit van bijna 9 ton SWU/jaar. Die capaciteit is verdeeld over een proeffabriek bij Natanz en een demonstratiefabriek bij Qom, vergelijkbaar met wat Nederland in de jaren zeventig had aan verrijkingscapaciteit in Almelo. De huidige productiecapaciteit van Urenco in Almelo is ruim 4950 ton SWU/jaar, dus 550 maal hoger dan die van Iran. Net als Nederland heeft Iran als ondertekenaar van het NPV recht op het verrijken van uranium. Maar dat wordt zelden uitgelegd in de mainstream media. De Westerse media en internet staan bol met kolderieke of op zijn best suggestieve verhalen, die lichtjaren verwijderd zijn van de werkelijke situatie.  

Doordat het Westen Iran als vijandig beschouwd, gaat alle aandacht van de Westerse media uit naar Iran, terwijl er uit dat land feitelijk geen nieuws valt te melden. Iran komt al zijn verplichtingen krachtens het NPV na. Sterker, het is volgens het Washington Institute for Near East Policy het enige land in het Midden-Oosten die partij is bij alle non-proliferatie overeenkomsten. Over zaken die wel relevant zijn wordt in alle toonaarden gezwegen. Bijvoorbeeld over de zorgelijke ontwikkelingen rond kernproliferatie in Zuid-Azië, onder aansturing van de Verenigde Staten. Kernmacht India heeft het NPV en het verdrag tegen kernproeven (CTBT) nooit ondertekend en verkeert bovendien in staat van vijandschap met buurland en kernmacht Pakistan. Dat heeft niet kunnen verhinderen dat onder diplomatieke druk van de Verenigde Staten de Nuclear Suppliers Group (NSG) India in 2008 selectieve vrijstelling verleende voor nucleaire samenwerking en de aanschaf van civiele kerntechnologie. Dat baande in datzelfde jaar de weg voor een nucleaire overeenkomst tussen de Verenigde Staten en India

art.bush.singh.afp.gi

en lucratieve nucleaire deals van de VS, Frankrijk en Rusland met India voor de levering van kernreactoren en ander nucleair materieel (zie hierover in mijn onderstaande artikel: Partnerschap India-Japan maakt non-proliferatieverdrag tot een farce). De vrije toegang tot nucleair materieel geeft India de mogelijkheid zijn kernwapenarsenaal te moderniseren. Het cynische hiervan is dat de NSG juist in het leven werd geroepen na de eerste kernproeven van India in 1974 om proliferatie van splijtstoffen en andere benodigdheden voor kernwapens tegen te gaan. Maar sinds George Walker Bush wordt India een “verantwoordelijke” kernmacht genoemd. Als niet-ondertekenaar van het NPV kan India dus rekenen op civiele nucleaire technologie, die Iran – onder druk van de VS – stelselmatig wordt onthouden, terwijl Iran als ondertekenaar van het NPV daar, zoals gemeld, recht op heeft.

Het heeft er alle schijn van dat het vermeende kernwapenprogramma van Iran een voorwendsel is om Iran te kunnen aanvallen. Al geruime tijd circuleren er in Washington plannen om Iran aan te vallen, waarbij zelfs de nucleaire optie niet wordt uitgesloten. Seymour Hersh heeft daarover uitgebreid bericht in The New Yorker. Niet alleen ten tijde van het presidentschap van George W. Bush, maar ook onder het bewind van diens opvolger Barak Obama. Het lijkt erop dat de VS weer controle willen krijgen over de Iraanse olievelden, die ze na de islamitische revolutie van 1979 verloren. Het is niet ondenkbaar dat de huidige Amerikaanse plannen voor een aanval op Syrië passen in een scenario voor een toekomstige aanval op Iran. De vermeende gifgasaanval door de Syrische dictator Bashar al-Assad is een uitgelezen kans om Syrië en Hezbollah, de vrienden van Iran, een gevoelige slag toe te brengen.

De militaire tak van Hezbollah is de enige macht in de regio die voor Israel een bedreiging vormt. De Westerse media hebben al verscheidene malen bericht dat er bewijzen zijn dat Assad achter de mogelijke gifgasaanval zit. Er zijn heel wat opiniemakers en commentatoren die zeggen zeker te weten dat Assad de opdrachtgever is geweest, maar tot op heden heeft niemand ook maar een spoor van bewijs daarvoor kunnen leveren.

In de werkelijke wereld zet niet Iran het non-proliferatieregime onder druk, maar de Verenigde Staten. Dat wordt duidelijk zichtbaar in de manier hoe de VS samen met andere kernwapenstaten bezig is India wit te wassen tot een ‘erkende’ kernwapenstaat. In het kader van nucleaire handelsbelangen moet het huidige non-proliferatieregime wijken. Bovendien heeft het er alle schijn van dat de VS het NPV tegen Iran misbruikt. In dit geval vanwege geopolitieke en strategische belangen in het Midden-Oosten. Ik vrees dat er niet veel mensen zijn die beseffen wat de rampzalige gevolgen hiervan zijn, die zich momenteel – met betrekking tot India – al beginnen af te tekenen in Zuid-Azië. Voor mij een reden om een weblog te beginnen over kernenergie en kernproliferatie. Ik wil de lezers van dit weblog informeren over de feiten, omdat de mainstream media helaas nalaten dat te doen. 

Het gevaar van kernproliferatie is één van de redenen waarom ik een tegenstander ben van kernenergie. Ik heb veel kritiek op de huidige NPV, omdat dit verdrag eenvoudigweg niet toereikend is om kernproliferatie effectief te bestrijden, maar het is wel het enige multilaterale verdrag dat we hebben op het gebied van kernenergie en kernproliferatie. Als een select gezelschap van kernwapenstaten dit verdrag – dat ze, overigens, zelf niet naleven – naar hun hand zetten, dan is het resultaat daarvan dat de “The Clash of Civilizations” van wijlen Samuel P. Huntington steeds meer werkelijkheid begint te worden. De rake wijsheden die deze Amerikaanse politieke wetenschapper in dit werk debiteert over kernproliferatie lijken zeer van toepassing op de geopolitieke verschuivingen die zich momenteel in de wereld voltrekken.

De stichting Laka levert met zijn websites www.laka.org en www.kernenergieinnederland.nlgedegen informatie en over kernenergie in het algemeen en over de situatie in Nederland en volgt de actuele ontwikkelingen hierover op de voet. Mijn weblog over kernenergie en kernproliferatie is hierop een aanvulling. Laka werkt met een handjevol vrijwilligers die het documentatiecentrum draaiende houden. Als u ons werk wilt steunen kunt u op www.laka.orgonline een bijdrage storten.

Om enig begrip te krijgen van wat het gebruik van civiele kerntechnologie te maken heeft met kernproliferatie, geef ik hieronder een kort overzicht van de civiele kernketen. 

Kernenergie nader verklaard

‘Kernenergie’ is veel meer dan alleen een kerncentrale. Een kerncentrale maakt deel uit van een keten van fysische en chemische processen waarbij een breed scala aan kerntechnologieën aan te pas komt. De kernketen begint met de winning van uranium uit ertsen. Het gewonnen ‘natuurlijk uranium’ wordt bewerkt tot een concentraat (‘yellowcake’) dat vervolgens wordt omgezet in een gasvormige uraniumverbinding (‘hex’) die als grondstof dient voor een uraniumverrijkingsfabriek. In deze fabriek wordt het splijtbare uranium in het ‘natuurlijk uranium’ verrijkt van 0,7% tot 3 à 5% verrijkt uranium (laag verrijkt uranium). Het verrijkte uranium uit de uraniumverrijkingsfabriek wordt weer omgezet in vaste uraniumverbinding, waarna het in een splijtstoffabriek wordt verwerkt tot kernbrandstof voor een kerncentrale. Na gebruik in een kerncentrale wordt de hoogradioactieve gebruikte kernbrandstof (of splijtstofstaven) opgeslagen in een koelbassin bij de kerncentrale. Als de hoog radioactieve verbrande splijtstofstaven voldoende zijn afgekoeld worden ze opgeslagen in een interim-opslagplaats (nergens ter wereld is eindberging gerealiseerd) of gaat het naar een opwerkingsfabriek, waarbij het plutonium wordt gescheiden van het resterende deel van de gebruikte kernbrandstof. Het plutonium kan worden gebruikt voor het maken van een ander soort kernbrandstof (MOX-brandstof).

fuel-cycle_closed

Alle stappen in deze keten gaan gepaard met de productie van radioactief afval. Ook zijn er talrijke kerntransporten nodig om al die verschillende stappen in de kernketen met elkaar te verbinden. De risico’s die dat met zich meebrengt, hangt af van de aard van het materiaal. Dat geldt evenzo voor de fabrieken waar met uraniumverbindingen of andere kernstoffen wordt gewerkt. Kernongevallen trekken al snel de aandacht van de media, maar er is weinig aandacht voor wat er zoal wordt geloosd in het reguliere bedrijf van kerninstallaties. Dat begint al met het afval van de uraniummijnbouw. Zo belandde radioactief afval van uraniummijnen in Niger en Gabon van het Franse AREVA, die dit bedrijf vrijgaf aan het publieke domein, in de bouwmaterialen van woonwijken in die landen. Dit is het afval van de productie van het uranium waarmee de ‘schone’ kerncentrales in de ‘beschaafde’ landen worden gevoed.

Kernenergie is na de Tweede Wereldoorlog ontstaan als bijproduct van de fabricage van kernwapens. Eén van de splijtstoffen die voor kernwapens wordt gebruikt is hoog verrijkt uranium. Meestal betreft dat het splijtbare isotoop uranium-235 met een verrijkingsgraad van boven de 90 procent. Net als bij kernbrandstof vindt deze productie plaats in een verrijkingsfabriek. De militaire kernketen is – op de fabricage van kernwapens na – volkomen identiek met de civiele kernketen. Naast uraniumverrijking behoort opwerking van gebruikte kernbrandstof tot de meest proliferatiegevoelige onderdelen van de kernketen. In een uraniumverrijkingsfabriek, zoals die van Urenco in Almelo, kan ook hoog verrijkt uranium worden gemaakt dat geschikt is voor kernwapens. Evenzo kan het plutonium dat gescheiden wordt in een opwerkingsfabriek worden gebruikt voor kernwapens. Hierin ligt besloten dat in principe ieder land dat een verrijkingsfabriek of/en een opwerkingsfabriek bezit de schijn van verdenking op zich kan laden het bezit van kernwapens na te streven.

Henk van der Keur