Tag Archives: splijtstof

1600 kg Amerikaanse hoog verrijkt uranium zoek?

Henk van der Keur | 19 mei 2014

Het internationale forum voor splijtstofmaterialen (IPFM) meldt 14 mei op haar blog
dat de Amerikaanse atoomwaakhond NRC een rapport aan het Amerikaanse Congres
heeft vrijgegeven over de export van hoog verrijkt uranium (HEU) voor civiel gebruik, dat wil zeggen: als kernbrandstof of als grondstof voor isotopenproductie in onderzoeksreactoren. Uit het rapport blijkt dat de VS sinds 1957 een totaal van ongeveer 22.600 kg HEU heeft geëxporteerd voor die doeleinden naar 35 landen. Ongeveer 6.100 kg van het door de VS geleverde HEU bevindt zich momenteel nog in 20 landen, waarvan 95 procent van dat materiaal in vijf van die landen. Veel van de 20 landen hebben hun kernbrandstof en/of grondstof voor isotopenproductie omgezet van HEU naar laag verrijkt uranium (LEU), zijn daar momenteel mee bezig of hebben aangegeven om dit in de toekomst te gaan doen.

Circa 7.700 kg HEU is teruggekeerd naar de VS, voornamelijk als bestraalde splijtstof. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat meer dan 4.300 kg van het Amerikaanse HEU is geëlimineerd door omzetting naar LEU (kernbrandstof); ongeveer 500 kg HEU is uitgeschakeld door het te verwerken in afval; en ten minste 2.400 kg HEU is vernietigd (verbrand) door bestraling in onderzoeksreactoren. Bij de uitgave van het rapport (9 januari 2014) bleek dat ongeveer 1600 kg HEU niet kon worden verklaard uit de splijtstofboekhouding. Met andere woorden 1600 kg HEU, voldoende voor de productie van tenminste 64 kernwapens, is zoek!

De Hoge Flux Reactor (HFR) in Petten gebruikt inmiddels LEU als kernbrandstof. Alle gebruikte HEU-brandstof is teruggekeerd naar de VS. Maar de HFR gebruikt nog steeds HEU als grondstof voor isotopenproductie. De onderzoeksreactoren in Canada (NRU), Nederland (HFR) en België (BR2) gebruiken voor dit doel gezamenlijk minimaal 45 kg per jaar. Petten vermoedelijk ongeveer 15 kg per jaar. De gebruikte HEU wordt niet elk jaar teruggezonden. Het is waarschijnlijk dat ‘Petten’ een aardig voorraadje HEU heeft. Als je het ministerie belt om helderheid over de precieze hoeveelheid, willen ze dat niet zeggen, vanwege proliferatiegevaar.

Nucleaire top in Den Haag

Nucleaire top lost helemaal niets op

Henk van der Keur | stichting Laka | 25 februari 2014

Als we de mainstream media moeten geloven is de nucleaire topconferentie die op 24 en 25 maart in Den Haag wordt gehouden een belangrijke stap op weg naar het verstevigen van de internationale veiligheid. Op papier is die veronderstelling juist, maar het stemt niet overeen met de werkelijkheid. Ons wordt voorgehouden dat er gewerkt wordt aan striktere regelgeving om verspreiding van civiel nucleair materiaal, dat ook kan worden gebruikt voor het maken van kernwapens, tegen te gaan. Zo moet worden voorkomen dat landen als Iran of terroristische organisaties, zoals Al-Qaida, kernwapens kunnen maken. In werkelijkheid vormt Iran geen bedreiging en wordt door het zelfzuchtige beleid van de grootmachten de mogelijkheid van een terroristische kernaanval eerder vergroot dan verkleind.

Al decennialang worden we door de media bestookt met de meest bizarre beweringen over nucleaire dreigingen in de wereld. Iran – dat al decennialang bijna over een kernwapen beschikt – is daar een exemplarisch voorbeeld van. De afgelopen jaren wordt vooral de uraniumverrijkingscapaciteit van dat land in de media sterk uitvergroot.  Hele volksstammen denken daardoor zeker te weten dat dit land een groot nucleair gevaar is door het enorme potentieel aan uraniumverrijking dat dit land zou hebben opgebouwd. Ze beseffen niet dat het in werkelijkheid gaat om slechts twee piepkleine verrijkingsfabrieken en dat Iran zeker één jaar nodig heeft om net zoveel laag verrijkt uranium te produceren wat het Europese consortium Urenco in vijf uur kan produceren (stanford.edu). Iran komt sinds 2003 al zijn verplichtingen krachtens de vigerende non-proliferatieverdragen na. Feitelijk is er geen enkele reden waarom Iran medewerking zou moeten verlenen aan de onderhandelingen met de vijf grootmachten (VS, VK, Frankrijk, China en Rusland) plus Duitsland. Het is een absurd toneelstuk, die de aandacht moet afleiden van de werkelijke bedoelingen van deze landen. In werkelijkheid zijn zij het die de non-proliferatieverdragen ondermijnen.

Het was Bill Clinton die dit tijdperk van deze ondermijning van de verdragen inluidde door de kernproeven van India de facto te erkennen en de deur voor nucleaire handel met dat land op een kier zette. In 2008 legaliseerde president Bush India tot een erkende kernwapenstaat door een verdrag met dat land te tekenen voor nucleaire handel waarbij ook de levering van technologie voor uraniumverrijking en opwerking van gebruikte splijtstof werd toegezegd. Ook Frankrijk en Rusland hebben India deze technologie, waarmee ook kernwapens kunnen worden gemaakt, toegezegd.

Formeel hebben de Verenigde Staten non-proliferatie hoog in het vaandel staan, maar als het gaat om handelsbelangen of geopolitieke belangen wordt de regelgeving wat minder strikt (‘flexibele’ nucleaire handel). Het nodigt China uit om nucleaire handel te drijven met Pakistan, de aartsvijand van India. Waanzin ten top! En de waanzin reikt nog verder: dankzij de Westerse kernwapenstaten en Rusland wordt India straks lid van de Nuclear Suppliers Group. Zo transformeert deze organisatie die kernwapenproliferatie moet bestrijden in een organisatie die de verspreiding van nucleair materiaal juist aanmoedigt. Wereldwijd overeengekomen nucleaire verdragen worden te grabbel gegooid voor de korte termijn winsten en belangen van een klein groepje machthebbers. Daar wordt de wereld niet veiliger van.

Dit artikel verscheen op zaterdag 1 maart in Het Parool

dit weblog | this weblog

over dit weblog | about this weblog

‘Splijtstof’ is nucleair materiaal dat kan worden gebruikt in kernbrandstof of kan worden gescheiden van gebruikte kernbrandstof. Dezelfde materialen kunnen ook worden verwerkt voor gebruik in kernwapens. Met andere woorden: kernenergie is meer dan een energiebron. Civiele kerntechnologie en kernbrandstof kunnen ook aangewend worden voor het maken van kernwapens. Uraniumverrijkingstechnologie kan worden gebruikt voor de productie van hoog verrijkt uranium en splijtbaar plutonium kan worden gewonnen uit gebruikte kernbrandstof. Zowel hoog verrijkt uranium (U-235) als plutonium (Pu-239) zijn splijtstoffen die gebruikt worden in kernwapens. Zolang kernenergie blijft bestaan, zolang zal proliferatie van kernwapentechnologie en splijtstoffen blijven plaatsvinden. Propagandisten van kernenergie op basis van thorium beweren dat deze vorm van energieopwekking niet gevoelig is voor kernwapenproliferatie. Dat is een misvatting. De thoriumbrandstofketen maakt gebruik van uranium-233 (U-233), een splijtstof die net zo splijtbaar is als plutonium-239 (Pu-239).

Dit weblog informeert de lezer over de verspreiding van civiele kerntechnologie en splijtstoffen. Naast kernproliferatie en het internationale nucleaire non-proliferatie beleid, besteedt dit blog ook aandacht aan kernwapens, de kosten van kernenergie / kernwapens, kernafval, verarmd uranium,  geheimhouding, de kernindustrie, ontmanteling van kerninstallaties, de voortdurende kernramp in Fukushima en de gevolgen daarvan, en aan de verschuivende geopolitieke verhoudingen in de wereld.

Landen met een robuust kernenergieprogramma hebben alle middelen in hun bezit om deze aan te wenden voor militaire doeleinden. Dat geldt met name voor de vijf ‘erkende kernwapenstaten’, die niet toevallig ook de permanente leden zijn van de VN-Veiligheidsraad: de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China. De VS en andere Westerse landen presenteren zichzelf graag als de pleitbezorgers voor het uitbannen van massavernietigingswapens. Maar de geschiedenis wijst heel anders uit.

Zo leveren alle ‘erkende kernwapenstaten’ civiele kerntechnologie en splijtstoffen aan India of Pakistan. Deze ‘niet erkende’ kernwapenstaten zijn geen ondertekenaars van het non-proliferatieverdrag (NPV) en het verdrag voor een verbod op kernproeven (CTBT) en zijn bovendien aartsvijanden van elkaar. Het vigerende non-proliferatieregime moet dus wijken voor de handelsbelangen en de strategische belangen van de grootmachten. Tegelijkertijd misgunt het Westen Iran een kernenergieprogramma, terwijl het daar als ondertekenaar van het NPV recht op heeft. In de Westerse (Nederlandse) media wordt Iran steevast verdacht van het ontwikkelen van kernwapens. Deze onjuiste en misleidende berichten maken deel uit van een mediacampagne tegen Iran, kennelijk met de bedoeling om de aandacht af te leiden van het kernwapenprogramma van Israël, waarover juist zeer summier wordt bericht. Het gevaar van kernproliferatie is zeker aanwezig bij een land als Iran, maar dat risico is niet groter dan bij een hele reeks andere landen. De omvang van het Iraanse kernenergieprogramma wordt in de Westerse media schromelijk overdreven. In de afgelopen jaren is vooral het uraniumverrijkingsprogramma het mikpunt. In werkelijkheid heeft Iran een relatief klein kernenergieprogramma. Het valt natuurlijk nooit uit te sluiten dat Iran in de toekomst kernwapens gaat maken, maar vooralsnog is er geen enkele aanleiding om dat te veronderstellen.

Het lijkt erop dat het non-proliferatiebeleid steeds meer een speeltje wordt van de kernwapenstaten en dat de verdragen en overeenkomsten die gesloten zijn om proliferatie tegen gaan een dode letter worden.  In plaats van te streven naar kernontwapening, doen de ‘erkende kernwapenstaten’ precies het tegenovergestelde. Ze moderniseren hun eigen kernwapenarsenalen en lappen het internationaal recht aan hun laars door kernwapenproliferatiegevoelige technologie en materialen te exporteren naar landen als India en Pakistan. Dit blog besteedt ook aandacht aan visies over hoe het tij kan worden gekeerd.

Dit weblog is een aanvulling op de algemene website van de stichting Laka, en de Laka-websites over de geschiedenis van kernenergie in Nederland en de campagne tegen de onderzoeksreactor Pallas.

Naast eigen artikelen plaats ik bijna dagelijks nieuws over kernproliferatie en de andere vermelde thema’s op het terrein van kernenergie en kernwapens dit weblog.

about this weblog

“Splijtstof” is the Dutch word for “fissile material”, which is nuclear material that can be used as nuclear fuel  or separated  from spent nuclear fuel. The same material can be processed for use in nuclear weapons. In other words: nuclear power is more than a source of energy. Civilian nuclear technology and nuclear fuel can also be used for making nuclear weapons. Uranium enrichment technology can be used to produce highly enriched uranium (HEU) and fissile plutonium can be extracted from spent nuclear fuel. Both highly enriched uranium (U-235) and plutonium (Pu-239) are fissile material used in nuclear weapons. As long as nuclear power remains to exist, so long the proliferation of nuclear technology and fissile materials will continue to take place. Proponents of nuclear power based on thorium claim that this form of energy is not sensitive to nuclear proliferation. That is a misconception. The thorium fuel chain uses uranium-233, a fuel that is as fissile as plutonium-239.

This blog informs the reader about the spread of civilian nuclear technology and fissile materials. In addition to nuclear proliferation and international nuclear non-proliferation policy, this blog also focuses on nuclear weapons, the cost of nuclear energy / nuclear weapons, nuclear waste, depleted uranium, secrecy, the nuclear industry, nuclear decommissioning, the ongoing nuclear disaster in Fukushima and its consequences, and the geopolitical shifts in global power.

Countries with a robust nuclear energy program have all the means in their possession to employ them for military purposes. This is particularly true of the five “recognized Nuclear Weapons States” which not coincidentally are also the permanenent members of the UN Security Council: the United States, Russia, the UK, France and China. The U.S. and other Western countries like to present themselves as advocates for the elimination of weapons of mass destruction. But history shows very different.

All “recognized nuclear weapons states” supply civilian nuclear technology and fuel to India or Pakistan. These “not recognized” nuclear states are not signatories of the Nuclear Non-Proliferation Treaty (NPT) and the Comprehensive Test Ban Treaty (CTBT) and are also enemies of each other. So, the current non-proliferation regime has to give way to commercial interests and strategic interests of the major powers. At the same time the West begrudges Iran a nuclear program , while it is there as a signatory of the NPT. In Western media Iran is invariably suspect of developing nuclear weapons. These false and misleading reports are part of a media campaign against Iran, apparently with the intention to distract attention from Israel’s nuclear weapons program, which has virtually no attention in the media. The danger of nuclear proliferation is certainly present in Iran, but the risk is not larger than in a number of other states. The extent of Iran’s nuclear program is grossly exaggerated in the Western media. In recent years, especially the uranium enrichment program is a target. In reality, Iran has a relatively small nuclear power program. It is, of course, never be ruled out that Iran in the future is going to make nuclear weapons, but yet there is no reason to assume that.

It seems that non-nuclear proliferation policy is becoming more and more a toy of the Nuclear Weapon States and that the treaties and agreements, which have been closed to counteract proliferation, become a dead letter. Instead of striving for nuclear disarmament, the “recognized nuclear states” do exactly the opposite. They are modernizing their own nuclear weapon arsenals and act in violation with International Law by exporting nuclear proliferation-sensitive technology and materials to countries like India and Pakistan. This blog will also focus on visions of how the tide can be turned.

This weblog is an addition to the general website of Laka Foundation, and the Laka websites on the history of nuclear energy in the Netherlands and the campaign against the planned research reactor Pallas (mainly in Dutch).

In addition to own articles (currently only in Dutch, however, since 29.03.2015 with English abstracts) on this weblog, I select – almost on a daily basis – also news and reports on nuclear proliferation and the other mentioned nuclear issues on this weblog.

 

Een nieuw weblog over kernenergie en kernproliferatie

De kennis over kernenergie reikt meestal niet verder dan het bestaan van kerncentrales, kernrampen (Tsjernobyl en Fukushima) en kernafval. Daardoor heeft men vaak geen besef van de andere potentiële gevaren en risico’s die aan kernenergie kleven. Eén van die kwesties is kernproliferatie. Dat wil zeggen verspreiding van civiele kerntechnologie en splijtstoffen die – behalve voor het opwekken van kernenergie – aangewend kunnen worden voor het maken van kernwapens. Om dat laatste te voorkomen moeten landen met een kernenergieprogramma zich schikken in een non-proliferatieregime. Dat regime steunt op het multilaterale non-proliferatieverdrag (NPV) en de bilaterale integrale waarborgovereenkomsten, waarin de controlerende taak van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) is vastgelegd.

Al ruim twintig jaar volg ik de ontwikkelingen op het gebied van kernenergie en kernproliferatie en daarbij valt mij vaak op dat de berichtgeving over deze materie in de mainstream media niet altijd zorgvuldig is. Dat is vooral zichtbaar in de wonderlijke en vaak sterk propagandistisch gekleurde berichtgeving over de civiele kerninstallaties van Iran. Neem bijvoorbeeld dit bericht van de NOS: Iran bezit meer uraniumcentrifuges, dat wereldwijd door het persbureau Reuters is verspreid. Het bericht van de NOS begint met: “Iran heeft 18.000 centrifuges waar uranium mee verrijkt kan worden.” Ik vraag mij af: vanwaar dat aantal van 18.000? Weet u hoeveel ultracentrifuges er staan in de uraniumverrijkingsfabriek van het bedrijf Urenco in Almelo? Waarschijnlijk niet, want het bedrijf maakt daar nooit melding van. Bij een leek wekt het aantal van 18.000 de indruk dat Iran over gigantische fabrieken beschikt voor het verrijken van uranium. Die suggestie wordt in het bericht verder versterkt door de zinnen: “Het was tot nu toe onduidelijk hoeveel uraniumcentrifuges Iran precies bezit en hoeveel er actief zijn. Het aantal van 18.000 machines ligt in ieder geval een stuk hoger dan de eerder genoemde aantallen.” Dan rijst bij mij de vraag: waarom wordt hier niet objectief vastgesteld dat een aantal van 18.000 ultracentrifuges doodnormaal is voor een land dat werkt aan de opbouw van zijn civiele kernenergieprogramma? Nee, die mededeling komt aan het slot van het NOS bericht voor rekening van de Iraanse regering, waardoor het suggestieve karakter van het bericht nog verder wordt versterkt. Vooral, omdat in de zin daarvoor wordt gemeld: “De VS en andere Westerse landen vrezen dat Iran de uraniumcentrifuges gebruikt om kernwapens te ontwikkelen.” Deze zin wordt steevast gemeld in de berichtgeving over het kernenergieprogramma van Iran, waarbij nooit wordt uitgelegd waarop die informatie is gebaseerd. Natuurlijk valt het nooit uit te sluiten dat Iran ooit splijtstof gaat produceren voor kernwapens, maar dat geldt voor ieder land dat een verrijkingsfabriek bezit. Er is op dit moment echter geen enkele aanleiding om aan te nemen dat Iran streeft naar de productie van hoog verrijkt uranium. Meer hierover in mijn onderstaande artikel: ‘De eis dat Iran moet stoppen met uraniumverrijking is onrechtmatig’.

In kringen van de kernindustrie spreekt men nooit over aantallen ultracentrifuges, maar over de productiecapaciteit van die ultracentrifuges, en die wordt uitgedrukt in Scheidingsarbeidseenheden (Separative Work Units, afgekort SWU). Volgens het Instituut voor Wetenschap en Internationale Veiligheid (ISIS) in Washington D.C. beschikt Iran eind 2012 over een productiecapaciteit van bijna 9 ton SWU/jaar. Die capaciteit is verdeeld over een proeffabriek bij Natanz en een demonstratiefabriek bij Qom, vergelijkbaar met wat Nederland in de jaren zeventig had aan verrijkingscapaciteit in Almelo. De huidige productiecapaciteit van Urenco in Almelo is ruim 4950 ton SWU/jaar, dus 550 maal hoger dan die van Iran. Net als Nederland heeft Iran als ondertekenaar van het NPV recht op het verrijken van uranium. Maar dat wordt zelden uitgelegd in de mainstream media. De Westerse media en internet staan bol met kolderieke of op zijn best suggestieve verhalen, die lichtjaren verwijderd zijn van de werkelijke situatie.  

Doordat het Westen Iran als vijandig beschouwd, gaat alle aandacht van de Westerse media uit naar Iran, terwijl er uit dat land feitelijk geen nieuws valt te melden. Iran komt al zijn verplichtingen krachtens het NPV na. Sterker, het is volgens het Washington Institute for Near East Policy het enige land in het Midden-Oosten die partij is bij alle non-proliferatie overeenkomsten. Over zaken die wel relevant zijn wordt in alle toonaarden gezwegen. Bijvoorbeeld over de zorgelijke ontwikkelingen rond kernproliferatie in Zuid-Azië, onder aansturing van de Verenigde Staten. Kernmacht India heeft het NPV en het verdrag tegen kernproeven (CTBT) nooit ondertekend en verkeert bovendien in staat van vijandschap met buurland en kernmacht Pakistan. Dat heeft niet kunnen verhinderen dat onder diplomatieke druk van de Verenigde Staten de Nuclear Suppliers Group (NSG) India in 2008 selectieve vrijstelling verleende voor nucleaire samenwerking en de aanschaf van civiele kerntechnologie. Dat baande in datzelfde jaar de weg voor een nucleaire overeenkomst tussen de Verenigde Staten en India

art.bush.singh.afp.gi

en lucratieve nucleaire deals van de VS, Frankrijk en Rusland met India voor de levering van kernreactoren en ander nucleair materieel (zie hierover in mijn onderstaande artikel: Partnerschap India-Japan maakt non-proliferatieverdrag tot een farce). De vrije toegang tot nucleair materieel geeft India de mogelijkheid zijn kernwapenarsenaal te moderniseren. Het cynische hiervan is dat de NSG juist in het leven werd geroepen na de eerste kernproeven van India in 1974 om proliferatie van splijtstoffen en andere benodigdheden voor kernwapens tegen te gaan. Maar sinds George Walker Bush wordt India een “verantwoordelijke” kernmacht genoemd. Als niet-ondertekenaar van het NPV kan India dus rekenen op civiele nucleaire technologie, die Iran – onder druk van de VS – stelselmatig wordt onthouden, terwijl Iran als ondertekenaar van het NPV daar, zoals gemeld, recht op heeft.

Het heeft er alle schijn van dat het vermeende kernwapenprogramma van Iran een voorwendsel is om Iran te kunnen aanvallen. Al geruime tijd circuleren er in Washington plannen om Iran aan te vallen, waarbij zelfs de nucleaire optie niet wordt uitgesloten. Seymour Hersh heeft daarover uitgebreid bericht in The New Yorker. Niet alleen ten tijde van het presidentschap van George W. Bush, maar ook onder het bewind van diens opvolger Barak Obama. Het lijkt erop dat de VS weer controle willen krijgen over de Iraanse olievelden, die ze na de islamitische revolutie van 1979 verloren. Het is niet ondenkbaar dat de huidige Amerikaanse plannen voor een aanval op Syrië passen in een scenario voor een toekomstige aanval op Iran. De vermeende gifgasaanval door de Syrische dictator Bashar al-Assad is een uitgelezen kans om Syrië en Hezbollah, de vrienden van Iran, een gevoelige slag toe te brengen.

De militaire tak van Hezbollah is de enige macht in de regio die voor Israel een bedreiging vormt. De Westerse media hebben al verscheidene malen bericht dat er bewijzen zijn dat Assad achter de mogelijke gifgasaanval zit. Er zijn heel wat opiniemakers en commentatoren die zeggen zeker te weten dat Assad de opdrachtgever is geweest, maar tot op heden heeft niemand ook maar een spoor van bewijs daarvoor kunnen leveren.

In de werkelijke wereld zet niet Iran het non-proliferatieregime onder druk, maar de Verenigde Staten. Dat wordt duidelijk zichtbaar in de manier hoe de VS samen met andere kernwapenstaten bezig is India wit te wassen tot een ‘erkende’ kernwapenstaat. In het kader van nucleaire handelsbelangen moet het huidige non-proliferatieregime wijken. Bovendien heeft het er alle schijn van dat de VS het NPV tegen Iran misbruikt. In dit geval vanwege geopolitieke en strategische belangen in het Midden-Oosten. Ik vrees dat er niet veel mensen zijn die beseffen wat de rampzalige gevolgen hiervan zijn, die zich momenteel – met betrekking tot India – al beginnen af te tekenen in Zuid-Azië. Voor mij een reden om een weblog te beginnen over kernenergie en kernproliferatie. Ik wil de lezers van dit weblog informeren over de feiten, omdat de mainstream media helaas nalaten dat te doen. 

Het gevaar van kernproliferatie is één van de redenen waarom ik een tegenstander ben van kernenergie. Ik heb veel kritiek op de huidige NPV, omdat dit verdrag eenvoudigweg niet toereikend is om kernproliferatie effectief te bestrijden, maar het is wel het enige multilaterale verdrag dat we hebben op het gebied van kernenergie en kernproliferatie. Als een select gezelschap van kernwapenstaten dit verdrag – dat ze, overigens, zelf niet naleven – naar hun hand zetten, dan is het resultaat daarvan dat de “The Clash of Civilizations” van wijlen Samuel P. Huntington steeds meer werkelijkheid begint te worden. De rake wijsheden die deze Amerikaanse politieke wetenschapper in dit werk debiteert over kernproliferatie lijken zeer van toepassing op de geopolitieke verschuivingen die zich momenteel in de wereld voltrekken.

De stichting Laka levert met zijn websites www.laka.org en www.kernenergieinnederland.nlgedegen informatie en over kernenergie in het algemeen en over de situatie in Nederland en volgt de actuele ontwikkelingen hierover op de voet. Mijn weblog over kernenergie en kernproliferatie is hierop een aanvulling. Laka werkt met een handjevol vrijwilligers die het documentatiecentrum draaiende houden. Als u ons werk wilt steunen kunt u op www.laka.orgonline een bijdrage storten.

Om enig begrip te krijgen van wat het gebruik van civiele kerntechnologie te maken heeft met kernproliferatie, geef ik hieronder een kort overzicht van de civiele kernketen. 

Kernenergie nader verklaard

‘Kernenergie’ is veel meer dan alleen een kerncentrale. Een kerncentrale maakt deel uit van een keten van fysische en chemische processen waarbij een breed scala aan kerntechnologieën aan te pas komt. De kernketen begint met de winning van uranium uit ertsen. Het gewonnen ‘natuurlijk uranium’ wordt bewerkt tot een concentraat (‘yellowcake’) dat vervolgens wordt omgezet in een gasvormige uraniumverbinding (‘hex’) die als grondstof dient voor een uraniumverrijkingsfabriek. In deze fabriek wordt het splijtbare uranium in het ‘natuurlijk uranium’ verrijkt van 0,7% tot 3 à 5% verrijkt uranium (laag verrijkt uranium). Het verrijkte uranium uit de uraniumverrijkingsfabriek wordt weer omgezet in vaste uraniumverbinding, waarna het in een splijtstoffabriek wordt verwerkt tot kernbrandstof voor een kerncentrale. Na gebruik in een kerncentrale wordt de hoogradioactieve gebruikte kernbrandstof (of splijtstofstaven) opgeslagen in een koelbassin bij de kerncentrale. Als de hoog radioactieve verbrande splijtstofstaven voldoende zijn afgekoeld worden ze opgeslagen in een interim-opslagplaats (nergens ter wereld is eindberging gerealiseerd) of gaat het naar een opwerkingsfabriek, waarbij het plutonium wordt gescheiden van het resterende deel van de gebruikte kernbrandstof. Het plutonium kan worden gebruikt voor het maken van een ander soort kernbrandstof (MOX-brandstof).

fuel-cycle_closed

Alle stappen in deze keten gaan gepaard met de productie van radioactief afval. Ook zijn er talrijke kerntransporten nodig om al die verschillende stappen in de kernketen met elkaar te verbinden. De risico’s die dat met zich meebrengt, hangt af van de aard van het materiaal. Dat geldt evenzo voor de fabrieken waar met uraniumverbindingen of andere kernstoffen wordt gewerkt. Kernongevallen trekken al snel de aandacht van de media, maar er is weinig aandacht voor wat er zoal wordt geloosd in het reguliere bedrijf van kerninstallaties. Dat begint al met het afval van de uraniummijnbouw. Zo belandde radioactief afval van uraniummijnen in Niger en Gabon van het Franse AREVA, die dit bedrijf vrijgaf aan het publieke domein, in de bouwmaterialen van woonwijken in die landen. Dit is het afval van de productie van het uranium waarmee de ‘schone’ kerncentrales in de ‘beschaafde’ landen worden gevoed.

Kernenergie is na de Tweede Wereldoorlog ontstaan als bijproduct van de fabricage van kernwapens. Eén van de splijtstoffen die voor kernwapens wordt gebruikt is hoog verrijkt uranium. Meestal betreft dat het splijtbare isotoop uranium-235 met een verrijkingsgraad van boven de 90 procent. Net als bij kernbrandstof vindt deze productie plaats in een verrijkingsfabriek. De militaire kernketen is – op de fabricage van kernwapens na – volkomen identiek met de civiele kernketen. Naast uraniumverrijking behoort opwerking van gebruikte kernbrandstof tot de meest proliferatiegevoelige onderdelen van de kernketen. In een uraniumverrijkingsfabriek, zoals die van Urenco in Almelo, kan ook hoog verrijkt uranium worden gemaakt dat geschikt is voor kernwapens. Evenzo kan het plutonium dat gescheiden wordt in een opwerkingsfabriek worden gebruikt voor kernwapens. Hierin ligt besloten dat in principe ieder land dat een verrijkingsfabriek of/en een opwerkingsfabriek bezit de schijn van verdenking op zich kan laden het bezit van kernwapens na te streven.

Henk van der Keur