Tag Archives: Urenco

Uraniumverrijking Iran versus Frankrijk

ingezonden brief NRC Handelsblad n.a.v. “Iraanse onderhandelaar spreekt opeens Engels – deal moet rond” [Caroline de Gruyter NRC 16 juni]

Henk van der Keur, stichting Laka | 17 juni 2014

Uw correspondent in Wenen meldt dat de Franse minister Fabius vindt dat Iran genoegen moet nemen met honderden en niet met duizenden ultracentrifuges. Dat zou betekenen dat Iran de uraniumverrijkingscapaciteit van hun proef- en een demonstratiefabriek bij Natanz en Qom moet gaan terugschroeven. De huidige capaciteit is vergelijkbaar met die van de eerste verrijkingsfabrieken van Urenco in Almelo, begin jaren zeventig. Er bestaan geen internationale wetten die Iran verplichten om aan de eis van het Westen te voldoen. Ondanks alle retoriek in de media komt Iran sinds 2003 al haar non-proliferatieverplichtingen na.

De mededeling van Fabius is interessant vanwege de belangen van Iran in de Franse kernindustrie. Na de islamitische revolutie in 1979 verwierven de mullahs tien procent van de aandelen in het Europese nucleaire consortium Eurodif. Door deze erfenis van de sjah werden ze mede-eigenaar van de Franse verrijkingsfabriek George Besse. De nieuwe ultracentrifugefabriek George Besse II – voltooid in 2016 – had eind 2012 al een verrijkingscapaciteit die drieduizend keer hoger was dan de totale huidige verrijkingscapaciteit van Iran. Evenals de andere kernwapenstaten – en tevens splijtstofproducenten – is Frankrijk bezig haar kernwapenarsenaal te moderniseren. Daarmee handelt het in strijd met het non-proliferatieverdrag (NPV).

De correspondent meldt abusievelijk dat Iran heeft ingestemd om de verrijking te reduceren tot 20 procent. Het betreft een reductie van 19,75 procent naar vijf procent.

Nucleaire top in Den Haag

Nucleaire top lost helemaal niets op

Henk van der Keur | stichting Laka | 25 februari 2014

Als we de mainstream media moeten geloven is de nucleaire topconferentie die op 24 en 25 maart in Den Haag wordt gehouden een belangrijke stap op weg naar het verstevigen van de internationale veiligheid. Op papier is die veronderstelling juist, maar het stemt niet overeen met de werkelijkheid. Ons wordt voorgehouden dat er gewerkt wordt aan striktere regelgeving om verspreiding van civiel nucleair materiaal, dat ook kan worden gebruikt voor het maken van kernwapens, tegen te gaan. Zo moet worden voorkomen dat landen als Iran of terroristische organisaties, zoals Al-Qaida, kernwapens kunnen maken. In werkelijkheid vormt Iran geen bedreiging en wordt door het zelfzuchtige beleid van de grootmachten de mogelijkheid van een terroristische kernaanval eerder vergroot dan verkleind.

Al decennialang worden we door de media bestookt met de meest bizarre beweringen over nucleaire dreigingen in de wereld. Iran – dat al decennialang bijna over een kernwapen beschikt – is daar een exemplarisch voorbeeld van. De afgelopen jaren wordt vooral de uraniumverrijkingscapaciteit van dat land in de media sterk uitvergroot.  Hele volksstammen denken daardoor zeker te weten dat dit land een groot nucleair gevaar is door het enorme potentieel aan uraniumverrijking dat dit land zou hebben opgebouwd. Ze beseffen niet dat het in werkelijkheid gaat om slechts twee piepkleine verrijkingsfabrieken en dat Iran zeker één jaar nodig heeft om net zoveel laag verrijkt uranium te produceren wat het Europese consortium Urenco in vijf uur kan produceren (stanford.edu). Iran komt sinds 2003 al zijn verplichtingen krachtens de vigerende non-proliferatieverdragen na. Feitelijk is er geen enkele reden waarom Iran medewerking zou moeten verlenen aan de onderhandelingen met de vijf grootmachten (VS, VK, Frankrijk, China en Rusland) plus Duitsland. Het is een absurd toneelstuk, die de aandacht moet afleiden van de werkelijke bedoelingen van deze landen. In werkelijkheid zijn zij het die de non-proliferatieverdragen ondermijnen.

Het was Bill Clinton die dit tijdperk van deze ondermijning van de verdragen inluidde door de kernproeven van India de facto te erkennen en de deur voor nucleaire handel met dat land op een kier zette. In 2008 legaliseerde president Bush India tot een erkende kernwapenstaat door een verdrag met dat land te tekenen voor nucleaire handel waarbij ook de levering van technologie voor uraniumverrijking en opwerking van gebruikte splijtstof werd toegezegd. Ook Frankrijk en Rusland hebben India deze technologie, waarmee ook kernwapens kunnen worden gemaakt, toegezegd.

Formeel hebben de Verenigde Staten non-proliferatie hoog in het vaandel staan, maar als het gaat om handelsbelangen of geopolitieke belangen wordt de regelgeving wat minder strikt (‘flexibele’ nucleaire handel). Het nodigt China uit om nucleaire handel te drijven met Pakistan, de aartsvijand van India. Waanzin ten top! En de waanzin reikt nog verder: dankzij de Westerse kernwapenstaten en Rusland wordt India straks lid van de Nuclear Suppliers Group. Zo transformeert deze organisatie die kernwapenproliferatie moet bestrijden in een organisatie die de verspreiding van nucleair materiaal juist aanmoedigt. Wereldwijd overeengekomen nucleaire verdragen worden te grabbel gegooid voor de korte termijn winsten en belangen van een klein groepje machthebbers. Daar wordt de wereld niet veiliger van.

Dit artikel verscheen op zaterdag 1 maart in Het Parool