Tag Archives: Verenigde Staten

Laat Nederland het non-proliferatieverdrag helemaal los?

stichting Laka | 6 juni 2014

Bij monde van minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) en minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) heeft de regering een brief gestuurd naar de Kamer met “Informatie over samenwerking met landen die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend”. Dit naar aanleiding van berichten over een door Nederland “tijdens de recente bijeenkomst van de Nuclear Suppliers Group ingediend voorstel tot samenwerking met landen, zoals Israël, die het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend.”

Eerste opmerking in die brief is dat alles uit de Nuclear Suppliers Group (NSG) geheim is: “De besprekingen in de NSG en de documenten die ten behoeve van de vergadering worden opgesteld, zijn vertrouwelijk.” Maar erkend wordt dat Nederland samen met VS, VK en Tsjechië op de recente bijeenkomst (maart 2014) van de NSG een voorstel heeft ingediend. “Het betreft een informeel document met opties om te stimuleren dat landen die niet bij de NSG zijn aangesloten vrijwillig de NSG richtlijnen volgen (het zogenaamde adherence).” En daarna komt een belangrijke zin: “Het document bevat geen Nederlands standpunt of standpunt van de andere drie opstellers over samenwerking met landen die het non-proliferatieverdrag (NPV) niet hebben ondertekend.”

Vervolgens gaat de brief van de ministers ook helemaal niet meer inhoudelijk in op de samenwerking met dat soort landen, waaronder Israel, India en Pakistan, maar alleen maar hoe in het algemeen met meer landen (nucleaire) handel bedreven kan worden.

Dat is toch niet anders te interpreteren dan dat het voor Nederland helemaal niet meer belangrijk is of een land het NPV wel of niet ondertekend heeft: het gaat erom of je zaken wilt doen met de NSG.

Op het NPV valt heel veel af te dingen. Er zitten veel achterdeurtjes in het verdrag die misbruik mogelijk maken. Het NPV is echter wel het belangrijkste internationale verdrag dat moet voorkomen dat civiele nucleaire technologie en splijtstoffen aangewend worden voor kernwapens. Slechts enkele landen zijn geen lid van het verdrag. Het NPV verbiedt uitdrukkelijk het drijven van nucleaire handel met landen die het NPV niet ondertekend hebben of niet naleven. Kerninstallaties en de splijtstofboekhouding van NPV-leden staan onder controle van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Ofschoon op die controles ook veel valt af te dingen, maken ze wel onderdeel uit van een redelijk transparant non-proliferatieregime. Safeguards-rapporten van het IAEA zijn grotendeels openbaar, net als de bijeenkomsten van het IAEA (en het NPV).

Het non-proliferatieverdrag (NPV) roept kernwapenstaten op om afstand te doen van hun kernwapens. Met zijn bekende redevoering in Praag, nog maar vijf jaar geleden, hield president Barack Obama een gloedvol betoog waarin hij verklaarde dat zijn regering “concrete stappen zal ondernemen naar een wereld zonder kernwapens.” Van die mooie belofte valt nu niets meer te bespeuren. Met de Verenigde Staten voorop zijn alle kernwapenstaten druk bezig met het moderniseren van hun kernwapenarsenalen. Obama wil het budget voor kernwapens in de komende jaren met record-bedragen gaan verhogen. Het overgrote deel daarvan moet worden besteed aan de modernisering van het Amerikaanse kernwapenarsenaal. Ondanks deze flagrante schending van het NPV, heeft de rest van de 190 landen (!) die het verdrag hebben ondertekend een (politieke) stok achter de deur: jullie hebben als ondertekenaar van het NPV beloofd nucleair te ontwapenen. Heel interessant is dat de Marshall Islands eind april bij het Internationale Hof van Justitie (ICJ) in Den Haag een rechtszaak is begonnen tegen de kernwapenlanden, o.a. op grond van het overtreden van het NPV omdat ze niet voldoen aan de eis tot nucleaire ontwapening (www.icj-cij.org/presscom/files/0/18300.pdf)

De Nuclear Suppliers Group, echter, is een groep landen (nu 48) die geheel vrijblijvend hun handelsbelangen bespreken. Het werd in 1974, na de eerste kernproef van India, opgericht. In eerste instantie om handel in “dual-use” goederen te beperken, maar na de Koude Oorlog is het steeds meer verworden tot een belangenbehartiger van de nucleaire industrie om juist handel mogelijk te maken met suspecte landen: opnieuw is India daar een goed voorbeeld van. Daar zijn geen lastige beloftes als nucleaire ontwapening gedaan.

Dus Nederland neemt afstand van het NPV ten faveure van de NSG? De NSG waarvan alles geheim is, die niet de beschikking heeft over controle-mogelijkheden of sancties; alles op basis van vrijwilligheid. Is dat de nieuwe realiteit van het Nederlandse non-proliferatiebeleid?

En is het trouwens zo dat Timmermans (Buitenlandse Zaken) over het NPV gaat en Ploumen (handel) over de NSG?

De brief van Timmermans en Ploumen (schamel 1,5 kantje) is hier te vinden.

 

splijtstof | fissile material

splijtstoffen | fissile materials

De onafhankelijke internationale commissie voor splijtstoffen (IPFM) publiceert ieder jaar een overzicht van de wereldwijde voorraden kernsplijtstoffen. Het laatste statusrapport verscheen in oktober 2013: Global Fissile Material Report 2013 – Increasing Transparency of Nuclear Warhead and Fissile Material Stocks as a Step toward Disarmament

Onderstaande diagrammen lichten de voorraden van de belangrijkste twee splijtstoffen – hoog verrijkt uranium en plutonium – per land nader toe. Hoog verrijkt uranium bevat 20% of meer uranium-235. In kernwapens wordt meestal 95% of meer gebruikt. Met plutonium wordt plutonium-239 bedoeld, ontstaan uit bestraald uranium-238 in kernbrandstof.

Meer rapporten het IPFM zijn hier te vinden.

Nationale Voorraden van Hoog Verrijkt Uranium (2012)

Diagram hoog verrijkt uranium (HEU) [Klik op de diagram] Nationale voorraden hoog verrijkt uranium (HEU) vanaf 2012. De cijfers voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn op op basis van officiële publicaties en verklaringen. De civiele HEU-voorraden van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn op basis van hun publieke verklaringen bij het Internationaal Atoomenergie Agenstschap (IAEA). Aantallen met sterretjes zijn schattingen van het IPFM betekenen: vaak met grote onzekerheden. Een onzekerheid 20% wordt verondersteld voor de cijfers van de totale voorraden in China en van de militaire voorraden in Frankrijk, ongeveer 30% voor Pakistan, en ongeveer 40% voor India. De 488 ton geëlimineerde Russische HEU omvat 473 ton van de 500 ton HEU deal (‘downblenden’ naar kernbrandstof) en 15 ton van het Material Consolidation and Conversion project. HEU in
niet-kernwapenstaten (NNW) staat onder controle van de IAEA. Ongeveer 10 ton van de HEU in niet-kernwapenstaten is bestraalde brandstof in Kazachstan met een geschatte verrijkingsgraad van ca. 20%.

Nationale Voorraden van Gescheiden Plutonium (2012)

Diagram plutonium [Klik op de diagram] Nationale voorraden van gescheiden plutonium vanaf 2012. Civiele voorraden zijn gebaseerd op de verklaringen in INFCIRC/549, gepubliceerd in 2012, die vanaf 31 december 2011 gelden en vermeld worden op eigendom en niet op de huidige locatie. Wapenvoorraden zijn gebaseerd op ramingen van het IPFM met uitzondering van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waarvan de regeringen verklaringen hebben afgelegd. Onzekerheden in de geschatte militaire voorraden van China, Frankrijk, India, Israël, Pakistan en Rusland zijn in de orde van 10-30%. Het plutonium dat India scheidde van gebruikte brandstof uit hun zwaar water krachtcentrale is door India gecategoriseerd als “strategisch” en staat niet onder controle van het IAEA. Rusland heeft 6 ton weaponwaardig plutonium waarbij het heeft ingestemd het niet te gebruiken voor wapens. De Verenigde Staten heeft 4,4 ton overtollig plutonium afgestoten als afval in de ondergrondse opslagplaats voor kernafval in de Waste Isolation Pilot Plant (WIPP), in New Mexico.

fissile materials

The independent International Forum on Fissile Materials (IPFM) releases every year an overwiew of the global stockpiles of fissile materials. The latest report appeared in October 2013: Global Fissile Material Report 2013 – Increasing Transparency of Nuclear Warhead and Fissile Material Stocks as a Step toward Disarmament

The diagrams below explain the stockpiles of the most important fissile materials – high enriched uranium (HEU) and plutonium – per country. Other reports of the IPFM can be found here.

Nationale Voorraden van Hoog Verrijkt Uranium (2012)

Diagram on HEU [Click on the diagram] National stocks of highly enriched uranium as of 2012. The numbers for the United Kingdom and United States are based on official publications and statements. The civilian HEU stocks of France and the United Kingdom are based on their public declarations to the IAEA. Numbers with asterisks are IPFM estimates, often with large uncertainties. A 20% uncertainty is assumed in the figures for total stocks in China and for the military stockpile in France, about 30% for Pakistan, and about 40% for India. The 488 tons of eliminated Russian HEU include 473 tons from the 500-ton HEU
deal and 15 tons from the Material Consolidation and Conversion project. HEU in non-nuclear weapon (NNW) states is under IAEA safeguards. About 10 tons of the HEU in non-nuclear weapon states is irradiated fuel in Kazakhstan with an estimated en richment of about 20%.

Nationale Voorraden van Gescheiden Plutonium (2012)

Diagram on plutonium [Click on the diagram] National stocks of separated plutonium as of 2012. Civilian stocks are based on the INFCIRC/549 declarations published in 2012, which report material as of 31 December 2011 and are listed by ownership, not by current location. Weapon stocks are based on IPFM estimates except for the United States and United Kingdom whose governments have made declarations. Uncertainties in estimated military stockpiles for China, France, India, Israel, Pakistan, and Russia are on the order of 10–30%. The plutonium India separated from spent heavy-water power-reactor fuel has been categorized by India as “strategic,” and not to be placed under IAEA safeguards. Russia has 6 tons of weapongrade plutonium that it has agreed to not use for weapons but not declared excess. The United States has disposed of 4.4 tons of excess plutonium as waste in its underground Waste Isolation Pilot Plant, in New Mexico.

Nucleaire top in Den Haag

Nucleaire top lost helemaal niets op

Henk van der Keur | stichting Laka | 25 februari 2014

Als we de mainstream media moeten geloven is de nucleaire topconferentie die op 24 en 25 maart in Den Haag wordt gehouden een belangrijke stap op weg naar het verstevigen van de internationale veiligheid. Op papier is die veronderstelling juist, maar het stemt niet overeen met de werkelijkheid. Ons wordt voorgehouden dat er gewerkt wordt aan striktere regelgeving om verspreiding van civiel nucleair materiaal, dat ook kan worden gebruikt voor het maken van kernwapens, tegen te gaan. Zo moet worden voorkomen dat landen als Iran of terroristische organisaties, zoals Al-Qaida, kernwapens kunnen maken. In werkelijkheid vormt Iran geen bedreiging en wordt door het zelfzuchtige beleid van de grootmachten de mogelijkheid van een terroristische kernaanval eerder vergroot dan verkleind.

Al decennialang worden we door de media bestookt met de meest bizarre beweringen over nucleaire dreigingen in de wereld. Iran – dat al decennialang bijna over een kernwapen beschikt – is daar een exemplarisch voorbeeld van. De afgelopen jaren wordt vooral de uraniumverrijkingscapaciteit van dat land in de media sterk uitvergroot.  Hele volksstammen denken daardoor zeker te weten dat dit land een groot nucleair gevaar is door het enorme potentieel aan uraniumverrijking dat dit land zou hebben opgebouwd. Ze beseffen niet dat het in werkelijkheid gaat om slechts twee piepkleine verrijkingsfabrieken en dat Iran zeker één jaar nodig heeft om net zoveel laag verrijkt uranium te produceren wat het Europese consortium Urenco in vijf uur kan produceren (stanford.edu). Iran komt sinds 2003 al zijn verplichtingen krachtens de vigerende non-proliferatieverdragen na. Feitelijk is er geen enkele reden waarom Iran medewerking zou moeten verlenen aan de onderhandelingen met de vijf grootmachten (VS, VK, Frankrijk, China en Rusland) plus Duitsland. Het is een absurd toneelstuk, die de aandacht moet afleiden van de werkelijke bedoelingen van deze landen. In werkelijkheid zijn zij het die de non-proliferatieverdragen ondermijnen.

Het was Bill Clinton die dit tijdperk van deze ondermijning van de verdragen inluidde door de kernproeven van India de facto te erkennen en de deur voor nucleaire handel met dat land op een kier zette. In 2008 legaliseerde president Bush India tot een erkende kernwapenstaat door een verdrag met dat land te tekenen voor nucleaire handel waarbij ook de levering van technologie voor uraniumverrijking en opwerking van gebruikte splijtstof werd toegezegd. Ook Frankrijk en Rusland hebben India deze technologie, waarmee ook kernwapens kunnen worden gemaakt, toegezegd.

Formeel hebben de Verenigde Staten non-proliferatie hoog in het vaandel staan, maar als het gaat om handelsbelangen of geopolitieke belangen wordt de regelgeving wat minder strikt (‘flexibele’ nucleaire handel). Het nodigt China uit om nucleaire handel te drijven met Pakistan, de aartsvijand van India. Waanzin ten top! En de waanzin reikt nog verder: dankzij de Westerse kernwapenstaten en Rusland wordt India straks lid van de Nuclear Suppliers Group. Zo transformeert deze organisatie die kernwapenproliferatie moet bestrijden in een organisatie die de verspreiding van nucleair materiaal juist aanmoedigt. Wereldwijd overeengekomen nucleaire verdragen worden te grabbel gegooid voor de korte termijn winsten en belangen van een klein groepje machthebbers. Daar wordt de wereld niet veiliger van.

Dit artikel verscheen op zaterdag 1 maart in Het Parool

kernwapens | nuclear weapons

kernwapens | nuclear weapons

Landen met kernwapenprogramma’s (2014)
Wereldwijd zijn er negen landen die over een kernwapens beschikken: de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China, India, Pakistan, Israel en Noord-Korea.
De eerste vijf landen, tevens de permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, hadden al kernwapens voordat het non-proliferatieverdrag (NPV) in 1970 van kracht werd. Dit zijn de zogenaamde ‘erkende kernwapenstaten’. Volgens het internationaal recht zijn de overige landen – Israël, Pakistan, India en Noord-Korea – ‘niet-erkende kernwapenstaten’. Het exacte aantal kernwapens in het bezit van ieder land is een nationaal topgeheim. Ondanks deze beperking, maken publiek beschikbare informatie en lekken het mogelijk om vrij nauwkeurige schattingen te maken over de omvang en samenstelling van de nationale kernwapenvoorraden. Wereldwijd zijn er in totaal 16.400 kernwapens, waaronder 4.000 operationele strategische kernkoppen in de Verenigde Staten, Rusland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, en 180 operationele niet-strategische kernwapens van de Verenigde Staten.

Ondanks de aanzienlijke vermindering van de aantallen Amerikaanse, Russische, Franse en Britse kernwapens in vergelijking met de niveaus ten tijde van de Koude Oorlog, blijven alle kernwapenstaten hun resterende nucleaire strijdkrachten moderniseren en lijken ze vastbesloten hun kernwapens voor de onbepaalde tijd te behouden.

Hieronder volgt een overzicht van alle kernwapenstaten, die gebaseerd is op bronnen van de Bulletin of the Atomic Scientists en de Federation of American Scientists. De aantallen kunnen afwijken als gevolg van afrondingen en onzekerheid over de operationele status van de vier mindere kernwapenstaten en de onzekerheid over de omvang van de totale voorraden van drie van de vijf oorspronkelijke kernmachten. Meer informatie over het kernprogramma’s kan worden gevonden op de websites van het Internationaal Atoomenergy Agentschap (IAEA), de NTI (National Threat Initiative, opgericht door de Amerikaanse senator Sam Nunn), en het Instituut voor Wetenschap en Internationale Veiligheid (ISIS).

Rusland
Rusland beschikt over ongeveer 8000 strategische kernwapens, waarvan er 1600 operationeel zijn. Dit aantal operationele strategische kernwapens is hoger dan het totaalcijfer van het nieuwe START-verdrag, omdat het ook de kernwapens op vliegbases meerekent. Een gedetailleerd overzicht van de Russische strijdkrachten staat in deze publicatie van de Bulletin of the Atomic Scientists. Alle niet-strategische kernwapens van Rusland zijn niet operationeel. Verscheidene duizenden verouderde niet-strategische kernwapens wachten op ontmanteling. Een deel van de niet-strategische kernwapens en een deel van de strategische kernwapens zijn in revisie, in totaal 2700. Naast de 4300 kernwapens die in voorraad zijn, wachten naar schatting 3700 kernkoppen op ontmanteling. Volgens de FAS ontmantelt Rusland naar schatting 1000 verouderde kernkoppen per jaar.

meer informatie

Verenigde Staten
De VS heeft circa 7315 strategische kernwapens, waarvan er 1920 operationeel zijn. Dit aantal operationele strategische kernwapens is hoger dan het totaalcijfer van het nieuwe START-verdrag, omdat het ook de kernwapens op vliegbases meerekent. Een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse strijdkrachten staat in deze publicatie van de Bulletin of the Atomic Scientists.
Bijna 200 niet-strategische kernwapens (waarschijnlijk 184) zijn operationeel. Het betreffen B61 bommen die zich in Europa bevinden op zes vliegbases in vijf landen (België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije). Voor nadere bijzonderheden kijk hier en hier. Het reservearsenaal van 2.661 kernkoppen omvat naar schatting 2.360 strategische en 300 niet-strategische kernkoppen in centrale opslag. In April 2014 verklaarde de Amerikaanse regering dat het 4.804 kernwapens in voorraad had (september 2013) en dat er sindsien een klein aantal heeft teruggetrokken. Het huidige totaal wordt geschat op 4.765 kernkoppen. Naast de 4.765 kernkoppen die in voorraad zijn, wachten circa 2.500 teruggetrokken op ontmanteling. Verder zijn er bij benadering 20.000 plutoniumkernen (‘pits’) en 5.000 ‘Canned Assemblies’ (‘secondaries’) van ontmantelde kernkoppen in opslag bij de Pantex Fabriek in Texas en de Y-12 fabriek in Tennessee. Voor een gedetailleerd overzicht van de Amerikaanse strijdkrachten kijk hier.

meer informatie
Voor meer informatie over de kernwapens van Rusland en de Verenigde Staten verwijs ik naar de publicaties in Nuclear Notebook in de Bulletin of the Atomic Scientists, het FAS-rapport over de status van de Amerikaanse en Russische strijdkrachten en nieuwe ontwikkelingen en bevindingen die gepubliceerd worden op het FAS Blog over Strategische Veiligheid.

Frankrijk
Frankrijk heeft ongeveer 300 strategische kernwapens, waarvan er 290 operationeel zijn. Een update van de Franse nucleaire stand van zaken staat hier.

China
Van China wordt vermoed dat het beschikt over ongeveer 250 kernkoppen, veel minder dan de 1.600 tot 3.000 die door sommigen worden beweerd. Aangenomen wordt dat geen van de kernkoppen operationeel zijn, maar dat ze zich in een centrale opslag liggen. Het bestaan van een Chinees niet-strategisch kernarsenaal is onzeker. Het Chinese arsenaal breidt uit door de productie van nieuwe kernkoppen voor de zogenaamde DF-31/31A en JL-2 raketten. Een gedetailleerd overzicht van de Chinese kernstrijdmacht is hier te vinden.

Verenigd Koninkrijk
Het Verenigd Koninkrijk heeft in totaal circa 225 strategische kernkoppen, waarvan er 160 operationeel zijn en 65 in reserve. Van de “operationeel beschikbare” kernkoppen, zijn er “tot 48 kernkoppen” aanwezig in patrouilles die continue plaatsvinden. Het aantal “operationele raketten” op elke onderzeeër zal worden verlaagd tot “niet meer dan acht” met 40 kernkoppen in de komende jaren. Halverwege het tweede decennium zal de voorraad worden verlaagd tot “niet meer dan 180.” Een gedetailleerd overzicht van Britse strijdkrachten is hier.

Israël
Israël is het enige land in het Midden-Oosten dat kernwapens bezit. De Arabische landen en Iran pleiten al heel lang voor een regio zonder massavernietigingswapens. Maar daar wil Israël met steun van de Verenigde Staten niets van weten. Meer informatie vindt u hier: Why the Helsinki Conference is crucial for the Middle East.

Hoewel Israël genoeg plutonium heeft geproduceerd voor 100-200 kernkoppen, doen het aantal platforms en ramingen gemaakt door de Amerikaanse inlichtingendiensten vermoeden dat de voorraad ongeveer 80 kernkoppen moet bedragen. Een gedetailleerd overzicht van de Israëlische kernstrijdmacht is hier te vinden.

Pakistan
Amerikaanse inlichtingendiensten schatten dat Pakistan 90-110 kernkoppen heeft geproduceerd. Aangenomen wordt dat geen van deze zijn ingezet, maar in centrale opslagplaatsen liggen, de meesten in de zuidelijke delen van het land. Meer kernkoppen zijn in productie. Een gedetailleerd overzicht is hier te vinden.

India
De kernkoppen van India zijn niet ingezet. In totaal liggen er naar schatting 90 tot 110 in centrale opslagplaatsen. Meer kernkoppen zijn in productie. Een gedetailleerd overzicht van de Indiase kernstrijdmacht is hier te vinden.

Noord-Korea
Ondanks twee Noord-Koreaanse kernproeven, zijn er geen bewijzen dat Noord-Korea kernwapens bezit die operationeel zijn. Een wereldwijd onderzoek door de US Air Force National Air and Space Intelligence Center (2013) maakt geen melding van Noord-Koreaanse ballistische raketten die een kernkop kunnen dragen. Noord-Korea heeft naar schatting minder dan tien kernwapens.

 

nuclear weapons
Nuclear Weapon States (2014)
Worldwide, there are nine states with nuclear weapons: the United States, Russia, the United Kingdom, France, China, India, Pakistan, Israel and North Korea. The first five countries, also the permanent members of the UN Security Council, had nuclear weapons before the Non-Proliferation Treaty (NPT) in 1970 was in force. These are called the “recognized nuclear weapons states.” Under international law, the other countries are “non-recognized nuclear weapon states”. The exact number of nuclear weapons in each country’s possession is a closely held national secret. Despite this limitation, however, publicly available information and occasional leaks make it possible to make best estimates about the size and composition of the national nuclear weapon stockpiles. Worldwide, there are a total of 16,400 nuclear weapons, including 4,000 operational strategic warheads in the United States, Russia, France and the United Kingdom, and 180 other non-strategic nuclear weapons from the United States.

Despite significant reductions in US, Russian, French and British nuclear forces compared with Cold War levels, all the nuclear weapon states continue to modernize their remaining nuclear forces and appear committed to retaining nuclear weapons for the indefinite future.
Below is an overview of all nuclear weapons states, based on sources of the Bulletin of the Atomic Scientists and the Federation of American Scientists. Numbers may not add up due to rounding and uncertainty about the operational status of the four lesser nuclear weapons states and the uncertainty about the size of the total inventories of three of the five initial nuclear powers.
More information about the nuclear programs can be found on the websites of the International Atomic Energy Agency must (IAEA), the U.S. National Threat Initiative, founded by U.S. Senator Sam Nunn, and the Institute for Science and International Security (ISIS).

Russia
Russia has about 8,000 strategic nuclear weapons, of which 1600 are operational. This number of operational strategic nuclear weapons is higher than the aggregate data under the New START treaty because this table also counts bomber weapons at bomber bases as deployed. Detailed overview of Russian forces is here. All nonstrategic nuclear weapons of Russia are not operational. Several thousand retired non-strategic warheads are awaiting dismantlement. A part of the non-strategic nuclear weapons and a part of the strategic nuclear weapons in revision, total 2700.
In addition to the 4,300 nuclear warheads in the military stockpile, 3,700 retired warheads are estimated to be awaiting dismantlement. The FAS estimates that Russia is dismantling approximately 1,000 retired warheads per year.

additional information

United States
The USA has about 7315 strategic nuclear weapons, of which 1920 are operational. This number of operational strategic nuclear weapons is higher than the aggregate data released under the New START treaty because this table also counts bomber weapons on bomber bases as deployed. See overview of U.S. forces here. Nearly 200 (probably 184) B61 bombs are deployed in Europe at six bases in five countries (Belgium, Germany, Italy, Netherlands and Turkey). For details, see here
and here. Non-deployed reserve, total 2,661 warheads, includes an estimated 2,360 strategic and 300 non-strategic warheads in central storage. The U.S. government declared in April 2014 that its stockpile included 4,804 warheads as of September 2013. Since then, a small number of warheads are thought to have been retired. Total number is as of April 2014 estimated on 4,765 warheads.
In addition to the roughly 4,765 warheads in the military stockpile, approximately 2,500 retired warheads are awaiting dismantlement. In addition, close to 20,000 plutonium cores (pits) and some 5,000 Canned Assemblies (secondaries) from dismantled warheads are in storage at the Pantex Plant in Texas and Y-12 plant in Tennessee. For detailed overview of U.S. forces, see here.

additional information
For more information about the nuclear weapons of Russia and the United States, I refer to the publications in Nuclear Notebook in the Bulletin of the Atomic Scientists, the FAS report on the status of the U.S. and Russian forces, and new developments and findings published in Blog about the FAS Strategic Security.

France
France – total 300 warheads – has stated that it has no reserve, but it probably has a small inventory of spare warheads. For an update of the French nuclear posture, see this article.

China
China is thought to have “several hundred warheads,” far less than the 1,600-3,000 that have been suggested by some. None of the warheads are thought to be fully deployed but kept in storage under central control. The exstence of a Chinese non-strategic nuclear arsenal is uncertain. The Chinese arsenal is increasing with production of new warheads for DF-31/31A and JL-2 missiles. Detailed overview of Chinese forces is here.

United Kingdom
Of these “operationally available” warheads, “up to 48 warheads” are on patrol at any given time. The number of “operational missiles” on each sub will be reduced to “no more than eight” with 40 warheads in the next few years. By the mid-2020s, the stockpile will be reduced to “not more than 180.” Detailed overview of British forces is here.

Israel
Israel is the only country in the Middle East that possesses nuclear weapons. The Arab countries and Iran have long been calling for a region without weapons of mass destruction. But with the support of the United States Israel don’t want to give up their arsenal. More information here: Why the Helsinki Conference is Crucial for the Middle East.

Although Israel has produced enough plutonium for 100-200 warheads, the number of delivery platforms and estimates made by the U.S. intelligence community suggest that the stockpile might include approximately 80 warheads. Detailed overview of Israeli forces is here.

North Korea
Despite two North Korean nuclear tests, there is no publicly available evidence that North Korea has operationalized its nuclear weapons capability. A 2013 world survey by the U.S. Air Force National Air and Space Intelligence Center (NASIC) does not credit any of North Korea’s ballistic missiles with nuclear capability. North Korea has less than ten nuclear weapons.

‘De eis dat Iran moet stoppen met uraniumverrijking is onrechtmatig’

Westerse tegenwerking van Iran’s kernenergieprogramma bedreigt non-proliferatieregime

19 augustus 2013 – Henk van der Keur

 

Het kernenergieprogramma van Iran bestaat zestig jaar. Shaj Mohammed Reza Pahlavi, die in 1953 door een Amerikaanse staatsgreep in het zadel wordt gezet, start het programma op. Hij plant ruim twintig kernreactoren en fabrieken voor het verrijken van uranium en voor de opwerking van gebruikte kernbrandstof. Uiteindelijk blijft het bij een door de Amerikanen geleverde onderzoeksreactor in Teheran en een half met Duitse steun afgebouwde kerncentrale bij Bushehr. Na de islamitische revolutie in 1979 verbreken de Amerikanen alle banden met Teheran. En daar blijft het niet bij. De VS doen er alles aan om internationale nucleaire samenwerking en handel met Iran te frustreren. Het heeft het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) ontmoedigt Iran te assisteren bij het inrichten van proeffabrieken voor de fabricage van kernbrandstof en – als Iran in reactie daarop een bilaterale samenwerking begint met China voor de ontwikkeling van zijn brandstofcyclus – vervolgens China onder druk gezet zijn samenwerking met Iran stop te zetten. Als ondertekenaar van het non-proliferatieverdrag (NPV) heeft Iran recht op assistentie van het IAEA en samenwerking met China. Toch vinden de Amerikanen dat het Iran onder de mullahs geen recht heeft op kernenergie. Dat is hun goed recht, maar niet dat zij het internationaal recht naar hun hand zetten door wereldwijd diplomatieke druk uit te oefenen om de opbouw van civiele nucleaire infrastructuur in Iran te dwarsbomen.   

 

Ondertekenaars van het NPV verplichten zich te onthouden van de ontwikkeling van kernwapens en zijn onderworpen aan de waarborgen van het IAEA, waaronder verplichte inspecties van kerninstallaties. Tegelijkertijd geeft het NPV leden de garantie dat ze onvoorwaardelijk toegang krijgt tot alle nucleaire technologie die nodig is voor de ontwikkeling van een civiel kernenergieprogramma. Probleem met deze constructie is, en dat is de grootste zwakte van het huidige NPV,  dat – behalve de technologie die nodig is voor de assemblage van een kernwapen – er geen enkel verschil bestaat tussen de civiele kernketen en de militaire kernketen. De meest proliferatiegevoelige onderdelen van de kernketen zijn uraniumverrijking en opwerking van gebruikte kernbrandstof. Hierin ligt besloten dat in principe ieder land dat een verrijkingsfabriek of/en een opwerkingsfabriek bezit de schijn van verdenking op zich kan laden het bezit van kernwapens na te streven. Dat geldt dus zeker niet alleen voor Iran, maar ook voor een hele reeks andere landen, waaronder Brazilië, Duitsland, Japan, en Nederland. Dat blijkt uit ervaringen met andere NPV-leden in het verleden, zoals met Zuid-Afrika en Irak, en vrij recent met Noord-Korea. Na beëindiging van hun lidmaatschap gingen deze landen over tot het productie van kernwapens. Zuid-Afrika (1979) en Noord-Korea (2006) slaagden er in om kernwapens te verwerven en het had weinig gescheeld of Irak (1991) had ze ook daadwerkelijk kunnen produceren. Israel speelde onder toeziend oog van de CIA een vitale rol bij de ontwikkeling van de kernwapens van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime.

 

Sinds 1992 wordt Iran door Israel en de VS er voortdurend van beschuldigd  dat het op het punt staat kernwapens te verwerven. Er zijn bronnen die melden dat Iran mogelijk een korte periode aan het begin van dit millennium aan de ontwikkeling van kernwapens zou hebben gewerkt. Maar alle deskundigen zijn het erover eens dat er geen tekenen zijn dat Iran aan kernwapens werkt. In ieder geval niet sinds 2003. Toch spelen de vermoedens dat dit zo zou zijn een voorname factor in het Westerse sanctieregime tegen dat land. Al sinds Jimmy Carter voeren alle Amerikaanse presidenten een containmentpolitiek tegen Iran. En na 1992 loopt dat langzamerhand over in een sanctiepolitiek. Als Mohammed Khatami in 1997 verrassend winnaar wordt van de presidentsverkiezingen, verbiedt president Bill Clinton handel te drijven met Iran en te investeren in dat land. Daardoor versterkt hij de Iraanse hardliners die zich verzetten tegen een detente met de VS en heeft hij belangrijk bijgedragen aan het mislukken van Khatami’s agenda voor economische verbeteringen en politieke veranderingen die nodig zijn om het leven van het Iraanse volk te verbeteren. Onder president Barak Obama herhaalt die geschiedenis zich. Enkele dagen voordat Hassan Rouhani werd beëdigd als president van Iran, nam het Huis van Afgevaardigden een wet aan die de sancties tegen Iran op de uitvoer van zijn olie verder versterken. Het pakket maatregelen komt bovenop een hele reeks zeer vergaande sancties tegen Iran, waaronder strenge financiële sancties.   

 

Een groep landen binnen de Europese Unie ziet met het aantreden van Mohammed Khatami kansen om de betrekkingen met Teheran te verbeteren. Duitsland wil opnieuw nucleaire samenwerking beginnen met Iran in ruil voor hun ondertekening en implementatie van het Aanvullend Protocol waarin Iran vrijwillig toestemt in intensievere IAEA-inspecties. Het zou Siemens de mogelijkheid geven om hun project bij Bushehr te voltooien. De reactor werd in de Irak-Iran oorlog door Irak met door Frankrijk geleverde raketten vernietigd. Iran had na de oorlog een Russisch bedrijf gecontracteerd om de reactor af te bouwen, maar was ontevreden over het werk van de Russen. In zes jaar tijd was er nauwelijks vooruitgang geboekt. Clinton blijft echter faliekant tegen de levering van Europese kerntechnologie aan Iran. Uiteindelijk strandt de deal met Iran, doordat Joschka Fischer, die in 1998 de nieuwe buitenlandminister van Duitsland wordt, veel minder positief is over een deal dan zijn voorganger Klaus Kinkel. Iran laat de voltooiing van Bushehr over aan de Russen. De eerste kerncentrale van Iran levert sinds september 2011 stroom.

 

In oktober 2003 erkent Teheran dat het tussen 1988 en 1992 clandestiene experimenten heeft uitgevoerd, waaronder het verrijken van uranium en het scheiden van plutonium, en heeft verzuimd het IAEA daarvan op de hoogte te stellen. Als lid van het NPV is Iran daartoe verplicht. Deze fout komt de Iraanse regering slecht uit. Het is juist bezig om Europese landen uit te nodigen om deel te nemen aan investeringen en de bouw van nieuwe kerncentrales in Iran. Twee maanden later ondertekent Iran vrijwillig het Aanvullend Protocol, waartoe de Verenigde Staten, samen met het IAEA en de VN-Veiligheidsraad, hadden opgeroepen. Maar in februari 2006, als het IAEA het dossier in handen geeft van de VN-Veiligheidsraad, stopt Teheran met het naleven van de maatregel. Teheran verklaart dat het zal overwegen de uitvoering van het Aanvullend Protocol te hervatten als zijn nucleaire dossier wordt terugverwezen naar het IAEA. Iran stelt dat het agentschap de “enige bevoegde autoriteit” is die verantwoordelijk is voor de verificatie van nucleaire waarborgen en dat de Veiligheidsraad zich mengt in werk van het IAEA door de nucleaire kwestie te politiseren. En daar heeft het inderdaad alle schijn van. In 2005 oordeelt het agentschap dat Iran zijn waarborgovereenkomsten met het IAEA niet naleeft. Als Teheran in 2008 alle onderbouwde en rechtmatige zorgen van het IAEA heeft uitgelegd of gecorrigeerd, zoals door het agentschap is bevestigd, werpt het IAEA andere zorgen op over mogelijke militaire dimensies van zijn kernprogramma op basis van buitenlandse inlichtingen. Maar die vallen buiten de wettelijke bevoegdheid van het agentschap, omdat ze duidelijk geen betrekking hebben op het onttrekken van nucleair materiaal voor gebruik in kernwapens. Deze resterende onopgeloste kwesties zijn gebaseerd op ongefundeerde aantijgingen van Westerse inlichtingendiensten en zijn gerelateerd aan nogal dunne beschuldigingen van mogelijke werkzaamheden in Iran meer dan tien jaar geleden. Die trend maakt duidelijk hoezeer het agentschap steeds verder afgedwaald is van haar oorspronkelijke mandaat. Het behoort een apolitieke, technische en onpartijdige controlerende instantie te zijn, en moet niet gezien worden als een politiek bevooroordeelde organisatie of een uitbreiding van westerse inlichtingendiensten. Associated Press meldt dat 80% van ‘het bewijs’ tegen Iran afkomstig is van zijn aartsvijand, de Verenigde Staten. Dat heeft te maken met de financiering van het agentschap. Ongeveer 65% van het budget van het IAEA is afkomstig van de VS en hun bondgenoten, die de directie van het IAEA vooral schatplichtig maakt aan politieke druk van Washington. Hervorming van haar financieringsbronnen is een eerste stap om het vertrouwen in het agentschap te herstellen en alle potentiële belangenconflicten te verwijderen. Zolang het grootste deel van de financiering van het IAEA komt van de VS en hun bondgenoten, blijft het agentschap vatbaar voor vooroordelen en gevoelig voor politisering en belangenconflicten.

 

In de tweede helft van Khatami’s ambtstermijn wordt steeds duidelijker dat Iran streeft naar een eigen kerncyclus om minder afhankelijk te zijn van nucleaire samenwerking met het buitenland. In 2003 kondigt hij aan dat Iran is begonnen met uraniummijnbouw nabij de stad Yazd, met de bouw van installaties voor de productie en verwerking van uranium (Estefan), een proeffabriek voor uraniumverrijking (Natanz), en een proeffabriek voor de productie van kernbrandstof. Onder president Mahmoud Ahmadinejad werkt Iran voortvarend verder aan zijn kernenergieprogramma. Ondertussen wordt de internationale druk op Iran onder aanvoering van de VS steeds groter en de wurgende sancties steeds verstikkender voor het Iraanse volk.

 

Volgens de jongste gegevens van het IAEA (mei 2013) beschikt Iran over 8960 kilogram uranium met een verrijkingsgraad van vijf procent, een niveau dat gebruikelijk is voor kerncentrales. In februari 2010 begint Iran uranium te verrijken tot 19,75%. Dat is de bovengrens van laag verrijkt uranium en is de brandstof die in onderzoeksreactoren wordt gebruikt, zoals in Teheran of de Hoge Flux Reactor in Petten. In mei 2012 heeft Iran 325 kg 19,75% verrijkt uranium geproduceerd. Volstrekt normaal voor een land dat werkt aan de opbouw van een civiele nucleaire infrastructuur. Urenco in Almelo begint in de jaren zeventig ook met een proeffabriek en een demonstratiefabriek voor uraniumverrijking, zoals Iran nu heeft bij Natanz en Qom. Dat dit voor een deel ondergronds plaatsvindt is niet zo vreemd. In 1981 bombardeerde het Israëlische leger de Osirak-reactor in Irak, en sinds 1992 wordt Iran door de VS en Israël stelselmatig bedreigd met een militaire aanval op hun geheel legale kerninstallaties.

 

Het Westen eist onder dwang van nieuwe sancties dat Iran onmiddellijk stopt met uraniumverrijking, omdat ze Iran op basis van vage beschuldigingen ervan verdenken hoog verrijkt uranium te willen maken voor de productie van kernwapens. Het volgende mikpunt zal ongetwijfeld de zwaar water reactor in Arak zijn, die zijn voltooiing nadert. Een gewone kernreactor die stroom levert, maar behalve dat ook een ideale reactor voor de winning van plutonium. Dat is inherent aan civiele nucleaire technologie. Het kan ook voor militaire doeleinden worden gebruikt. India, dat overigens het NPV nooit heeft ondertekend, kreeg dit type reactor in 1956 cadeau van de Canadezen en gebruikte het voor de ontwikkeling van kernwapens.

 

Algemeen wordt aangenomen dat het IAEA de toezichthouder is op de naleving van het NPV. Zo stelt de voormalige adviseur van Obama voor non-proliferatie en wapenbeheersing Robert Einhorn in een recent artikel voor Foreign Policy dat Iran niet moet worden toegestaan ​​om uranium te verrijken, omdat hij vindt dat Iran de verplichtingen van het NPV niet nakomt. Hij zegt: “Wat niet discutabel is, is dat Iran – althans tijdelijk – enig recht op uraniumverrijking (en opwerking van gebruikte splijtstof) heeft verspeeld totdat het overtuigend kan aantonen dat het in overeenstemming handelt met zijn verplichtingen krachtens het NPV”. In reactie hierop stelt prof.dr. Yousaf Butt in The National Interest dat deze zienswijze berust op een wijdverbreid misverstand. “De toezichthoudende rol van het IAEA is heel specifiek beperkt tot een reeks bilaterale verdragen: de integrale waarborgovereenkomsten (Comprehensive Safeguards Agreements) of CSA-overeenkomsten. Er zijn meer dan 140 van dergelijke bilaterale CSA-overeenkomsten, waarbij het ​​IAEA controleert en verslag uitbrengt van de splijtstofboekhouding in verschillende landen. “ [..] “Simpel gezegd, het is niet de taak van het IAEA om het multilaterale NPV af te dwingen. Het agentschap heeft noch het budget noch de mankracht om dat te doen, zelfs als het dat zou willen,” doceert  de wetenschappelijk adviseur van de Federation of American Scientists. “Zelfs als er een handhavingarm zou zijn, is er in het NPV geen bepaling opgenomen voor het automatisch verbeurd verklaren van een kernbrandstofcyclus.” Waarbij Butt doelt op de eis dat Iran moet stoppen met uraniumverrijking. Volgens de kernfysicus ontbeert het argument van Einhorn op beide punten een wettelijke grondslag. Als Einhorn’s interpretatie van het NPV typerend is voor het standpunt van de Amerikaanse beleidsmakers, wat Butt vermoedt, betekent dat volgens hem dat dit misverstand aan de wortel ligt van de impasse in de nucleaire onderhandelingen met Iran. Die impasse kan, zo stelt Butt, alleen worden opgelost als alle partijen in het reine komen over wat het NPV is en wat het niet is. Als er een specifiek probleem  bestaat over de naleving van het NPV door een staat dan is volgens Butt het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de aangewezen instantie om daarover te oordelen.

 

Ondanks alle holle en ronkende retoriek over Iran en zijn vermeende kernwapenprogramma, komt dit land volgens onafhankelijk proliferatiedeskundigen al zijn verplichtingen krachtens het NPV en de onafhankelijke CSA-overeenkomsten na. Eén van de meest vooraanstaande experts is dr. Hans Blix, voormalig hoofd van het IAEA, die in maart 2013 in Gulf News verklaart dat “Iran, tot nu toe, niet in strijd heeft gehandeld met het NPV” [..] “en er op dit moment geen bewijs is dat suggereert dat Iran kernwapens produceert”. Mohamed ElBaradei, de Nobelprijswinnaar voor de Vrede en van 1997 tot 2009 directeur van het IAEA, zegt dat hij “geen spoor van bewijs” heeft gezien dat Iran een kernbom nastreeft. “Alles wat ik zie is de hype over de dreiging van Iran.” Het NPV en de CSA-overeenkomsten weerspiegelen de compromissen die zijn gedaan om brede naleving te krijgen van deze overeenkomsten. Een strenger proliferatieregime is zeker gewenst, maar dan moet er gewerkt worden aan het tot stand komen van een sterkere  NPV 2.0 met een krachtigere inspectiearm van het IAEA.

 

Het geklungel van het IAEA in de afhandeling van het dossier Iran schaadt de integriteit van de non-proliferatieregime. Als Iran rechtmatig voelt dat er niets positiefs komt uit het NPV – en bovendien dat de Verenigde Staten daadwerkelijk het NPV tegen hen misbruikt – kan dit in Teheran de roep op terugtrekking uit het NPV verhogen. Als het zo ver mocht komen, neemt Iran ongetwijfeld veel sympathiserende landen mee. De 120 landen van Beweging van Niet-Gebonden landen, die ook wel ‘de echte wereldgemeenschap’ wordt genoemd, zijn het eens met Iran in zijn geschil met het IAEA en de Verenigde Staten. Als serieuze hervormingen bij het agentschap uitblijven, lijkt de voorspelling van Samuel Huntington over de toekomst van de wapenbeheersing, in The Class of Civilizations, elke dag een stap dichterbij te komen: “In het post-Koude Oorlog tijdperk is de primaire doelstelling van wapenbeheersing te voorkomen dat niet-westerse samenlevingen, die westerse belangen zouden kunnen bedreigen, militaire slagkracht ontwikkelen [..] Het Westen propageert non-proliferatie als een universele norm en non-proliferatieverdragen en inspecties als middel voor het realiseren van die norm [..] de aandacht van het Westen richt zich uiteraard op naties die daadwerkelijk of potentieel vijandig staan tegenover het Westen.”